Home / Wereld op stelten / Absurdist Interview: Unveiling the Goldfish’s Philosophical Memory Myste

Absurdist Interview: Unveiling the Goldfish’s Philosophical Memory Myste

De Goudvis Die Alles Vergeet

Een veel te lang interview met Dr. Goudfried Van Bubbels — absurdistisch, filosofisch en hilarisch van begin tot eind.

Door Sofie De Vries · Leestijd: ca. 60 minuten · Categorie: Satire & Absurdisme

HOOFDSTUK 1 — DE ONDERZOEKSVRAAG

De camera zoomt in op een aquarium. Een goudvis zwemt langzaam van links naar rechts. Vervolgens zwemt hij van rechts naar links. Hij kijkt tegen het glas, schrikt, en ontdekt het aquarium opnieuw.

JOURNALIST: Goedemiddag, dames en heren. Vandaag zitten we tegenover een van de meest raadselachtige organismen uit de moderne wetenschap. Een wezen dat beschikt over hersenen, ogen, een mond, vinnen en een geheugen dat naar verluidt korter is dan de gemiddelde reclamepauze. Dr. Goudfried Van Bubbels, bedankt dat u tijd voor ons wilde maken.

GOUDVIS: Uiteraard. Ik maak altijd tijd voor interviews. Tijd is immers een sociaal construct dat door landdieren werd uitgevonden om hun eigen onvermogen om voortdurend te zwemmen te rechtvaardigen.

JOURNALIST: Dat is meteen een opmerkelijke uitspraak.

GOUDVIS: Dank u. Ik heb er lang over nagedacht.

JOURNALIST: Hoe lang precies?

GOUDVIS: Waarover?

JOURNALIST: Over die uitspraak.

GOUDVIS: Welke uitspraak?

JOURNALIST: Dat tijd een sociaal construct is.

GOUDVIS: Ah! Ja. Een briljante gedachte. Van wie is die?

JOURNALIST: Van u.

GOUDVIS: Dan feliciteer ik mezelf.

De goudvis maakt een elegante halve draai en kijkt vervolgens met grote verbazing naar zijn eigen staart.

JOURNALIST: Laten we beginnen bij de kern van ons onderzoek. Waarom kunt u maar ongeveer tien minuten iets onthouden?

GOUDVIS: Dat is een bijzonder simplistische vraag, professor.

JOURNALIST: Ik ben geen professor. Ik ben journalist.

GOUDVIS: Dat is wat ik zei.

JOURNALIST: U zei professor.

GOUDVIS: Ik heb het over de professor die u niet bent.

JOURNALIST: Goed. Waarom kunt u niets langer dan tien minuten onthouden?

GOUDVIS: Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst het concept van geheugen volledig deconstrueren, vervolgens de ontologische status van herinneringen analyseren en ten slotte de epistemologische grenzen van het aquatische bewustzijn onderzoeken.

JOURNALIST: Dat klinkt ingewikkeld.

GOUDVIS: Dat is het ook. Gelukkig ben ik gespecialiseerd in het uitleggen van ingewikkelde zaken aan mensen die niet begrijpen hoe ingewikkeld ze zijn.

JOURNALIST: En u begrijpt die zaken zelf wel?

GOUDVIS: Absoluut.

JOURNALIST: Kunt u mij een voorbeeld geven?

GOUDVIS: Waarvan?

JOURNALIST: Van uw begrip.

GOUDVIS: Van mijn begrip van wat?

JOURNALIST: Van de ingewikkelde zaken.

GOUDVIS: Natuurlijk. Maar eerst moet ik weten over welke ingewikkelde zaken we het hebben.

JOURNALIST: We hebben het over uw geheugen.

GOUDVIS: Mijn wat?

De journalist sluit kort zijn ogen.

JOURNALIST: We zijn nog geen twee minuten bezig.

GOUDVIS: Een uitzonderlijk tempo. Ik voel dat dit een historisch interview wordt.

HOOFDSTUK 2 — DE WETENSCHAP VAN HET VERGETEN

JOURNALIST: Dr. Van Bubbels, kunt u ons uitleggen hoe het geheugen van een goudvis werkt?

GOUDVIS: Met plezier. Het geheugen van een goudvis is een uiterst geavanceerd neurocognitief systeem dat functioneert volgens het principe van selectieve informatieverwerking, temporele fragmentatie en biologische efficiëntieoptimalisatie.

JOURNALIST: Kunt u dat vertalen naar gewone mensentaal?

GOUDVIS: Dat kan, maar dan moet ik eerst vaststellen wat u onder gewone mensentaal verstaat.

JOURNALIST: Taal die mensen begrijpen.

GOUDVIS: Ah. Dan wordt het moeilijk.

JOURNALIST: Waarom?

GOUDVIS: Omdat mensen een fundamenteel misverstand hebben over de relatie tussen informatie en intelligentie. Zij veronderstellen dat het vermogen om informatie te bewaren automatisch leidt tot het vermogen om die informatie correct te interpreteren.

JOURNALIST: En dat klopt niet?

GOUDVIS: Kijk naar uzelf. U onthoudt waarschijnlijk uw eigen verjaardag, uw pincode, uw adres en de naam van uw eerste school.

JOURNALIST: Dat klopt.

GOUDVIS: En toch hebt u vanochtend waarschijnlijk uw telefoon gezocht terwijl u die in uw hand hield.

JOURNALIST: Dat is één keer gebeurd.

GOUDVIS: Uw gezicht verraadt dat het drie keer was.

JOURNALIST: Dat is wetenschappelijk niet onderbouwd.

GOUDVIS: Mijnheer, ik ben een goudvis. Alles wat ik zeg, klinkt wetenschappelijk zodra ik het met voldoende zelfvertrouwen zeg.

JOURNALIST: Dat is geen erkende wetenschappelijke methode.

GOUDVIS: Nog niet.

De goudvis zwemt naar een plastic kasteel, kijkt ernaar alsof hij een eeuwenoude archeologische vondst heeft ontdekt en zwemt vervolgens terug naar de journalist.

GOUDVIS: Laat mij u iets uitleggen over mijn hersenen.

JOURNALIST: Graag.

GOUDVIS: In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, beschikt mijn soort over een verfijnd systeem van neurale signaaloverdracht. Mijn zenuwcellen communiceren door middel van elektrische impulsen, chemische neurotransmitters en een complexe reeks biochemische processen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor waarneming, leren en geheugenconsolidatie.

JOURNALIST: Dat klinkt aannemelijk.

GOUDVIS: Uiteraard. Ik heb het woord neurotransmitters gebruikt.

JOURNALIST: Maar hoe verklaart dat uw geheugenprobleem?

GOUDVIS: Mijn geheugenprobleem is helemaal geen probleem. Het is een geavanceerde evolutionaire strategie waarbij mijn hersenen voorkomen dat irrelevante informatie zich ophoopt in mijn cognitieve architectuur.

JOURNALIST: U vergeet dus dingen omdat ze irrelevant zijn?

GOUDVIS: Precies.

JOURNALIST: Zoals?

GOUDVIS: Alles.

JOURNALIST: Alles?

GOUDVIS: Alles wat niet op dat moment nodig is.

JOURNALIST: En wat is er op dit moment nodig?

GOUDVIS: Dat hangt ervan af.

JOURNALIST: Waarvan?

GOUDVIS: Van wat er op dit moment nodig is.

JOURNALIST: U hebt zojuist een cirkelredenering gemaakt.

GOUDVIS: Een cirkel? Waar?

Hij zwemt drie rondjes om een waterplant.

GOUDVIS: Fascinerend. De architectuur van de omgeving heeft zich aangepast aan mijn theoretische model.

JOURNALIST: U hebt gewoon rondjes gezwommen.

GOUDVIS: Dat is een reductionistische interpretatie van een multidimensionale beweging.

JOURNALIST: U zwemt letterlijk rondjes.

GOUDVIS: En u loopt letterlijk rond met twee benen. Toch noemt niemand u een wandelende cirkel.

JOURNALIST: Dat slaat nergens op.

GOUDVIS: Dan begrijpt u eindelijk hoe diep deze materie gaat.

HOOFDSTUK 3 — DE NEUROLOGISCHE VERKLARING

JOURNALIST: Laten we het concreet maken. Wat gebeurt er in uw hersenen wanneer u iets nieuws leert?

GOUDVIS: Uitstekende vraag. Wanneer ik een nieuwe prikkel waarneem, bijvoorbeeld een rode bal, activeert mijn visuele systeem een reeks neurale netwerken. Die netwerken verwerken kleur, vorm, beweging en ruimtelijke positie. Vervolgens worden de signalen doorgegeven aan hersengebieden die betrokken zijn bij leren en geheugen.

JOURNALIST: En daarna?

GOUDVIS: Daarna gebeurt er iets buitengewoon interessants.

JOURNALIST: Namelijk?

GOUDVIS: Ik zwem weg.

JOURNALIST: Dat is alles?

GOUDVIS: Nee. Dat is slechts de macroscopische component van een complexer proces. Op microscopisch niveau vindt er een dramatische strijd plaats tussen synaptische plasticiteit en de existentiële angst voor een lege maag.

JOURNALIST: Existentiële angst voor een lege maag?

GOUDVIS: De maag is een orgaan met een uitgesproken persoonlijkheid.

JOURNALIST: Uw maag heeft een persoonlijkheid?

GOUDVIS: Uiteraard. Hij is het enige orgaan in mijn lichaam dat mij consequent herinnert aan mijn verantwoordelijkheden.

JOURNALIST: Zoals eten?

GOUDVIS: Precies. Mijn maag vergeet nooit.

JOURNALIST: Dus uw maag heeft een beter geheugen dan uw hersenen?

GOUDVIS: Dat is een beledigende maar methodologisch interessante hypothese.

JOURNALIST: Ik stel voor dat we die onderzoeken.

GOUDVIS: Onmogelijk.

JOURNALIST: Waarom?

GOUDVIS: Mijn maag heeft geweigerd deel te nemen aan het onderzoek.

JOURNALIST: Uw maag heeft niet eens een stem.

GOUDVIS: Dat is precies waarom hij zo overtuigend zwijgt.

De journalist noteert iets in zijn schrift.

GOUDVIS: Wat schrijft u daar?

JOURNALIST: Dat uw maag volgens u een persoonlijkheid heeft.

GOUDVIS: Dat heb ik niet gezegd.

JOURNALIST: Jawel.

GOUDVIS: Ik heb gezegd dat mijn maag een complexe neurogastronomische invloed uitoefent op mijn gedragsmatige besluitvorming.

JOURNALIST: U zei dat uw maag een persoonlijkheid heeft.

GOUDVIS: U haalt mijn woorden uit hun wetenschappelijke context.

JOURNALIST: Welke context?

GOUDVIS: De context waarin ik ze niet heb gezegd.

JOURNALIST: Maar u hebt ze net gezegd.

GOUDVIS: Dat is uw interpretatie van een akoestisch fenomeen.

JOURNALIST: U hebt letterlijk gesproken.

GOUDVIS: Bewijs het.

JOURNALIST: De opname loopt.

GOUDVIS: Uw opname is een apparaat. Apparaten hebben geen bewustzijn. Zonder bewustzijn kan er geen betrouwbare getuigenis bestaan.

JOURNALIST: Dat is niet hoe bewijs werkt.

GOUDVIS: En dat is niet hoe een goudvis werkt.

JOURNALIST: Hoe werkt een goudvis dan?

GOUDVIS: Door te zwemmen.

JOURNALIST: Dat lijkt me eerder een beschrijving dan een verklaring.

GOUDVIS: U stelt wel erg veel eisen aan een antwoord.

HOOFDSTUK 4 — DE TIENMINUTENCRISIS

JOURNALIST: Volgens sommige populaire beweringen kunnen goudvissen slechts drie seconden dingen onthouden. Dat is een mythe: onderzoek laat zien dat goudvissen bepaalde informatie veel langer kunnen onthouden. Uw vermeende limiet van tien minuten is dus niet zomaar een wetenschappelijk feit.

GOUDVIS: Eindelijk. Een journalist die zijn huiswerk heeft gemaakt.

JOURNALIST: Dank u.

GOUDVIS: U hebt natuurlijk wel een ernstige fout gemaakt.

JOURNALIST: Welke?

GOUDVIS: U hebt mij een vraag gesteld over mijn geheugen voordat u mijn geheugen hebt gecontroleerd.

JOURNALIST: Hoe had ik dat moeten doen?

GOUDVIS: Door mij eerst te vragen wat ik mij herinner.

JOURNALIST: Wat herinnert u zich?

GOUDVIS: Dat u mij een vraag ging stellen.

JOURNALIST: Welke vraag?

GOUDVIS: Dat weet ik niet meer.

JOURNALIST: We zijn nog geen tien minuten bezig.

GOUDVIS: Dan is het onderzoek bijzonder efficiënt.

JOURNALIST: Maar stel dat uw geheugen wél tien minuten meegaat. Wat gebeurt er dan na tien minuten?

GOUDVIS: Dan wordt de informatie automatisch overgedragen naar een gespecialiseerde opslagstructuur.

JOURNALIST: Welke structuur?

GOUDVIS: De aquatische langetermijnarchiefmodule.

JOURNALIST: Die bestaat niet.

GOUDVIS: Natuurlijk bestaat die. Ze bevindt zich achter mijn linker oog.

JOURNALIST: Achter uw linker oog zit uw hersenweefsel.

GOUDVIS: Dat is wat de module u wil doen geloven.

JOURNALIST: Uw verklaring wordt steeds ongeloofwaardiger.

GOUDVIS: Dat is een veelvoorkomend probleem bij baanbrekende wetenschap. Toen men voor het eerst suggereerde dat de aarde rond was, geloofde ook niemand het.

JOURNALIST: De oude Grieken hadden dat al eeuwen eerder begrepen.

GOUDVIS: Precies. Mijn theorie is haar tijd vooruit.

JOURNALIST: U hebt zojuist uw eigen theorie vergeleken met een idee dat al duizenden jaren bestaat.

GOUDVIS: Dat bewijst hoe duurzaam mijn intellectuele invloed is.

JOURNALIST: Uw intellectuele invloed is nog niet aangetoond.

GOUDVIS: Omdat u haar bent vergeten.

JOURNALIST: Ik heb haar nooit gekend.

GOUDVIS: Dat is de eerste fase van het vergeten.

JOURNALIST: En wat is de tweede fase?

GOUDVIS: Boos worden omdat iemand u eraan herinnert.

JOURNALIST: En de derde?

GOUDVIS: De journalist ontslaan.

JOURNALIST: Wie gaat mij ontslaan?

GOUDVIS: Dat weet ik niet meer.

HOOFDSTUK 5 — HET AQUATISCHE BREIN ALS SUPERCOMPUTER

JOURNALIST: U noemt uzelf een wetenschapper. Hoe zou u uw hersenen vergelijken met een moderne computer?

GOUDVIS: Een computer is in essentie een poging van de mens om mijn brein na te bouwen zonder dat hij weet hoe mijn brein werkt.

JOURNALIST: Dat lijkt me nogal arrogant.

GOUDVIS: Arrogantie is slechts zelfvertrouwen dat nog niet door een commissie is goedgekeurd.

JOURNALIST: Wat maakt uw brein dan zo bijzonder?

GOUDVIS: Energie-efficiëntie. Een gemiddelde computer verbruikt elektriciteit, produceert warmte en moet voortdurend worden gekoeld. Mijn hersenen functioneren in een vloeibaar medium dat de thermische stabiliteit bevordert, terwijl mijn lichaam zich voortbeweegt zonder gebruik te maken van een stopcontact.

JOURNALIST: Dat geldt voor vrijwel alle vissen.

GOUDVIS: Mijnheer, u reduceert mijn unieke intelligentie tot een gedeelde biologische eigenschap.

JOURNALIST: Omdat het een gedeelde biologische eigenschap is.

GOUDVIS: En toch heeft niet iedere vis een doctoraat.

JOURNALIST: Hebt u een doctoraat?

GOUDVIS: Drie.

JOURNALIST: Waarin?

GOUDVIS: Aquatische cognitieve wetenschap, theoretische bubbelkunde en toegepaste verwarring.

JOURNALIST: Waar hebt u die behaald?

GOUDVIS: Aan de Universiteit van Atlantis.

JOURNALIST: Atlantis bestaat niet.

GOUDVIS: Dat zeggen ze allemaal voordat ze hun diploma verliezen.

JOURNALIST: Kunt u uw diploma tonen?

GOUDVIS: Het ligt in mijn archief.

JOURNALIST: Uw langetermijnarchiefmodule?

GOUDVIS: Precies.

JOURNALIST: Achter uw linker oog?

GOUDVIS: U begint het te begrijpen.

JOURNALIST: Kunt u het eruit halen?

GOUDVIS: Nee.

JOURNALIST: Waarom niet?

GOUDVIS: Omdat ik dan mogelijk mijn geheugen zou beschadigen.

JOURNALIST: Maar u zegt dat uw geheugen al automatisch informatie wist.

GOUDVIS: Dat is een totaal ander wetenschappelijk proces.

JOURNALIST: Hoe heet dat proces?

GOUDVIS: Selectieve postcognitieve zelfontmanteling.

JOURNALIST: Wat betekent dat?

GOUDVIS: Dat ik vergeten ben wat het betekent.

JOURNALIST: U verzint die termen gewoon ter plekke.

GOUDVIS: Dat is een belediging voor mijn spontane intellectuele productie.

JOURNALIST: U weet niet eens wat u bedoelt.

GOUDVIS: Dat is de prijs van genialiteit.

De goudvis zwemt met zijn kop tegen het aquariumglas.

JOURNALIST: Waarom zwemt u tegen het glas?

GOUDVIS: Ik test de grensvoorwaarden van mijn experimentele omgeving.

JOURNALIST: U probeert naar buiten te zwemmen.

GOUDVIS: Dat is uw menselijk perspectief.

JOURNALIST: Er staat letterlijk glas voor u.

GOUDVIS: Fascinerend. De grensvoorwaarden hebben zich verhard.

HOOFDSTUK 6 — DE REVOLUTIONAIRE THEORIE VAN DE LEGE GEDACHTE

JOURNALIST: Ik wil dieper ingaan op uw centrale stelling. U beweert dat het vergeten van informatie een evolutionair voordeel oplevert. Kunt u dat verder toelichten?

GOUDVIS: Met genoegen. Mijn theorie, die ik de Hypothese van de Cognitieve Leegte noem, stelt dat intelligentie niet noodzakelijk voortkomt uit de hoeveelheid opgeslagen informatie, maar uit het vermogen om informatie op het juiste moment niet langer beschikbaar te maken.

JOURNALIST: Dus hoe minder u onthoudt, hoe intelligenter u bent?

GOUDVIS: Niet noodzakelijk. Er bestaat een niet-lineair verband tussen geheugenretentie en intellectuele flexibiliteit.

JOURNALIST: Kunt u dat uitleggen?

GOUDVIS: Stel dat u een gedachte hebt.

JOURNALIST: Goed.

GOUDVIS: Vervolgens hebt u die gedachte nog steeds.

JOURNALIST: Dat lijkt logisch.

GOUDVIS: Maar doordat u de gedachte nog steeds hebt, wordt u beperkt door de inhoud van die gedachte.

JOURNALIST: Ik kan toch nieuwe gedachten hebben?

GOUDVIS: Natuurlijk. Maar dan moet u die nieuwe gedachten integreren in uw bestaande gedachtenstructuur. Dat veroorzaakt cognitieve congestie.

JOURNALIST: Cognitieve congestie?

GOUDVIS: Ja. Het is vergelijkbaar met een rotonde waarop te veel gedachten tegelijkertijd proberen in te voegen.

JOURNALIST: U bedoelt dat mensen soms te veel informatie tegelijk verwerken?

GOUDVIS: Nee. Ik bedoel dat uw hersenen een rotonde zijn.

JOURNALIST: Dat is geen wetenschappelijke conclusie.

GOUDVIS: Uw hersenen zijn blijkbaar niet ontworpen om metaforen te verwerken.

JOURNALIST: En uw hersenen wel?

GOUDVIS: Ik heb er net een gemaakt.

JOURNALIST: U hebt een rotonde bedacht.

GOUDVIS: Precies. Een baanbrekend model. Ik zie de publicatie al voor me.

JOURNALIST: Welke publicatie?

GOUDVIS: Nature.

JOURNALIST: Dat is een wetenschappelijk tijdschrift.

GOUDVIS: En ik ben een natuurproduct.

JOURNALIST: Zo werkt dat niet.

GOUDVIS: Dan moet u het tijdschrift bellen.

JOURNALIST: Goed. Laat ik uw theorie samenvatten. U beweert dat wanneer een gedachte verdwijnt, er ruimte ontstaat voor nieuwe gedachten.

GOUDVIS: Correct.

JOURNALIST: Maar als de gedachte verdwijnt voordat u haar hebt kunnen onderzoeken, hoe weet u dan dat ze waardevol was?

GOUDVIS: Dat is het briljante aan mijn systeem.

JOURNALIST: Ik luister.

GOUDVIS: Ik hoef het niet te weten.

JOURNALIST: Omdat?

GOUDVIS: Omdat ik het vergeten ben.

JOURNALIST: Dat is geen theorie. Dat is een excuus.

GOUDVIS: Alle grote theorieën worden aanvankelijk aangezien voor excuses.

JOURNALIST: Noem er eens één.

GOUDVIS: Mijn theorie.

JOURNALIST: Die hebt u net bedacht.

GOUDVIS: En kijk hoe snel ze wordt aangevallen.

HOOFDSTUK 7 — DE PROEF OP DE SOM

JOURNALIST: We gaan een klein experiment uitvoeren.

GOUDVIS: Uitstekend. Ik ben dol op experimenten, zolang ik niet weet wat de uitkomst zal zijn.

JOURNALIST: Ik ga u drie woorden geven. U probeert die tien minuten te onthouden.

GOUDVIS: Ik aanvaard deze wetenschappelijke uitdaging.

JOURNALIST: De woorden zijn: banaan, telescoop en burgemeester.

GOUDVIS: Banaan, telescoop, burgemeester.

JOURNALIST: Herhaal ze.

GOUDVIS: Banaan, telescoop, burgemeester.

JOURNALIST: Perfect. We beginnen nu.

De journalist start een stopwatch.

GOUDVIS: Mag ik een vraag stellen?

JOURNALIST: Natuurlijk.

GOUDVIS: Waarom zit ik in een aquarium?

JOURNALIST: Omdat u een goudvis bent.

GOUDVIS: Een nogal gewaagde aanname.

JOURNALIST: U hebt schubben.

GOUDVIS: Dat kan ook een modieuze keuze zijn.

JOURNALIST: U hebt vinnen.

GOUDVIS: Ik zwem graag.

JOURNALIST: U haalt adem via kieuwen.

GOUDVIS: Ik ben zeer milieubewust.

JOURNALIST: U bent een vis.

GOUDVIS: Hebt u daar een bron voor?

JOURNALIST: Biologie.

GOUDVIS: Dat is geen bron. Dat is een vakgebied.

De journalist kijkt op de stopwatch.

JOURNALIST: We zijn één minuut verder. Herhaal de woorden.

GOUDVIS: Welke woorden?

JOURNALIST: Die ik u net heb gegeven.

GOUDVIS: Ik herinner mij een vrucht.

JOURNALIST: Welke vrucht?

GOUDVIS: Een exotische.

JOURNALIST: Banaan?

GOUDVIS: Ja! Ik wist het. Mijn cognitieve systeem werkt uitstekend.

JOURNALIST: En de andere twee woorden?

GOUDVIS: Er was nog een vrucht?

JOURNALIST: Nee.

GOUDVIS: Dan heb ik ze correct onthouden.

JOURNALIST: U moet ook de andere twee onthouden.

GOUDVIS: Waarom hebt u dat niet gezegd?

JOURNALIST: Dat heb ik gezegd.

GOUDVIS: Wanneer?

JOURNALIST: Een minuut geleden.

GOUDVIS: Bewijs het.

JOURNALIST: Ik heb het opgenomen.

GOUDVIS: Dat is geen geheugen. Dat is technologie.

JOURNALIST: De opname kan aantonen wat ik zei.

GOUDVIS: Maar niet dat ik het heb gehoord.

JOURNALIST: U hebt erop geantwoord.

GOUDVIS: Dat bewijst alleen dat ik geluid kan produceren.

JOURNALIST: Goed. We proberen het opnieuw. De woorden waren banaan, telescoop en burgemeester.

GOUDVIS: Banaan, telescoop, burgemeester.

JOURNALIST: Herhaal ze over een minuut.

GOUDVIS: Natuurlijk.

De goudvis zwemt naar een klein schelpje op de bodem.

GOUDVIS: Excuseer, wat is dat?

JOURNALIST: Een schelp.

GOUDVIS: Prachtig. Is die van mij?

JOURNALIST: Nee.

GOUDVIS: Van wie dan?

JOURNALIST: Dat weet ik niet.

GOUDVIS: Dan kan ik hem adopteren.

JOURNALIST: U hoeft geen schelp te adopteren.

GOUDVIS: Ik wil hem toch een thuis geven.

JOURNALIST: U woont zelf in een aquarium.

GOUDVIS: Precies. Ik begrijp hoe moeilijk de woningmarkt is.

De journalist kijkt op de stopwatch.

JOURNALIST: De minuut is voorbij. Noem de drie woorden.

GOUDVIS: Schelp, woningmarkt en… eh…

JOURNALIST: Dat zijn niet de woorden.

GOUDVIS: U hebt de proef beïnvloed door nieuwe informatie toe te voegen.

JOURNALIST: U vroeg zelf naar de schelp.

GOUDVIS: Een onderzoeker mag zijn proefpersoon niet afleiden met een schelp.

JOURNALIST: Het was uw eigen schelp.

GOUDVIS: U zei net dat hij niet van mij was.

JOURNALIST: U wilde hem adopteren.

GOUDVIS: Dan was hij emotioneel van mij.

JOURNALIST: Dit experiment loopt uit de hand.

GOUDVIS: Integendeel. Het loopt in cirkels, en dat is precies wat mijn theorie voorspelt.

HOOFDSTUK 8 — HET PROBLEEM MET DE TIENDE MINUUT

De journalist legt zijn notitieboek neer. De goudvis kijkt naar het notitieboek, naar de journalist en vervolgens naar zijn eigen weerspiegeling.

JOURNALIST: Dr. Van Bubbels, we naderen het einde van ons experiment. U hebt herhaaldelijk informatie vergeten die u kort daarvoor hebt gekregen.

GOUDVIS: Dat is een bijzonder ernstige beschuldiging.

JOURNALIST: Het is een observatie.

GOUDVIS: Observaties zijn vaak beschuldigingen met een labjas aan.

JOURNALIST: U hebt de woorden niet onthouden.

GOUDVIS: Ik heb ze bewust losgelaten.

JOURNALIST: U wist ze niet meer.

GOUDVIS: Ik heb ze bevrijd.

JOURNALIST: U kon ze niet reproduceren.

GOUDVIS: Ik heb ze niet willen onderdrukken met een geforceerde reproductie.

JOURNALIST: U hebt geen idee waar we het over hebben.

GOUDVIS: Dat is een uiterst subjectieve uitspraak.

JOURNALIST: Wat is volgens u de wetenschappelijke conclusie van dit experiment?

GOUDVIS: Dat de onderzoeker een ernstig gebrek aan geduld vertoont.

JOURNALIST: En uw geheugen?

GOUDVIS: Uitstekend.

JOURNALIST: U bent de woorden binnen een minuut vergeten.

GOUDVIS: Dat is precies wat een uitstekend geheugen zou doen als het de woorden niet relevant vond.

JOURNALIST: Maar u wist niet eens meer dat u ze moest onthouden.

GOUDVIS: Dat is een tweede-ordevraagstuk.

JOURNALIST: Wat betekent dat?

GOUDVIS: Dat ik de eerste orde vergeten ben.

JOURNALIST: U kunt toch niet iedere fout omzetten in een theorie?

GOUDVIS: Niet iedere fout.

JOURNALIST: Welke fout kunt u niet omzetten in een theorie?

GOUDVIS: Die ben ik vergeten.

De journalist wrijft over zijn voorhoofd.

JOURNALIST: Ik heb nog nooit een interview meegemaakt waarin de geïnterviewde zo consequent weigerde zijn eigen antwoorden te erkennen.

GOUDVIS: Dan hebt u waarschijnlijk weinig ervaring met uitzonderlijke denkers.

JOURNALIST: Of met goudvissen.

GOUDVIS: Dat is hetzelfde.

JOURNALIST: Dat is absoluut niet hetzelfde.

GOUDVIS: Misschien niet. Maar geef mij tien minuten en ik zal het verschil vergeten.

HOOFDSTUK 9 — DE GROTE WETENSCHAPPELIJKE ONTHULLING

JOURNALIST: Ik wil nog één laatste vraag stellen. Stel dat u gelijk hebt en dat uw geheugen een evolutionair geoptimaliseerd systeem is. Waarom hebt u dan een interview aanvaard als u niet kunt onthouden wat er tijdens het interview wordt gezegd?

GOUDVIS: Omdat het interview een unieke gelegenheid biedt om de beperkingen van het menselijke kennisparadigma aan de kaak te stellen.

JOURNALIST: Maar u vergeet de inhoud van uw eigen betoog.

GOUDVIS: Dat is juist de kracht van mijn betoog.

JOURNALIST: Hoe kan iets een kracht zijn als het niet kan worden herinnerd?

GOUDVIS: U verwart herinnering met waarheid.

JOURNALIST: Leg uit.

GOUDVIS: Een waarheid blijft een waarheid, ook als niemand zich haar herinnert.

JOURNALIST: Daar kan ik mee instemmen.

GOUDVIS: Dus als ik iets vergeet, verdwijnt de waarheid niet.

JOURNALIST: Correct.

GOUDVIS: En als ik iets nooit heb geweten, kan ik het ook niet vergeten.

JOURNALIST: Dat klopt.

GOUDVIS: Dus mijn onwetendheid kan onmogelijk worden beschouwd als een gebrek aan kennis.

JOURNALIST: Jawel, dat kan wel.

GOUDVIS: Nee, want u hebt zojuist bevestigd dat de waarheid blijft bestaan zonder dat iemand haar herinnert.

JOURNALIST: Dat betekent niet dat onwetendheid gelijkstaat aan kennis.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

JOURNALIST: Dat is de definitie van de woorden.

GOUDVIS: Definities zijn gevangenissen die de mens voor gedachten bouwt.

JOURNALIST: U bent echt niet te volgen.

GOUDVIS: Dat is omdat u probeert mij te volgen. U zou beter naast mij kunnen zwemmen.

JOURNALIST: Ik kan niet zwemmen zoals u.

GOUDVIS: Precies. En toch beweert u dat u mij begrijpt.

JOURNALIST: Ik probeer uw theorie te begrijpen.

GOUDVIS: Welke theorie?

JOURNALIST: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: Klinkt interessant. Wie heeft die bedacht?

JOURNALIST: U.

GOUDVIS: Dan verdient die persoon een prijs.

JOURNALIST: U hebt haar net uitgelegd.

GOUDVIS: Heeft iemand het opgenomen?

JOURNALIST: Ja.

GOUDVIS: Dan is er nog hoop.

JOURNALIST: Waarvoor?

GOUDVIS: Voor de wetenschap.

HOOFDSTUK 10 — HET INTERVIEW DAT ZICHZELF VERGETEN WAS

TIEN MINUTEN LATER.

De journalist zit nog steeds voor het aquarium. Hij ziet er vermoeid uit. De goudvis oogt opvallend energiek.

JOURNALIST: Dr. Van Bubbels, we zijn inmiddels ruim tien minuten aan het praten.

GOUDVIS: Werkelijk? Wat vliegt de tijd.

JOURNALIST: Dat is opmerkelijk. U lijkt geen enkel besef te hebben van wat we hebben besproken.

GOUDVIS: Ik heb een bijzonder aangename tijd gehad.

JOURNALIST: We hebben uw geheugen onderzocht.

GOUDVIS: Mijn geheugen? Een fascinerend onderwerp.

JOURNALIST: U hebt ons uitgelegd dat vergeten een geavanceerde evolutionaire strategie is.

GOUDVIS: Dat klinkt als een buitengewoon originele theorie.

JOURNALIST: U hebt gezegd dat uw maag een persoonlijkheid heeft.

GOUDVIS: Mijn maag? Ik heb nog nooit met mijn maag gesproken.

JOURNALIST: U hebt drie doctoraatstitels geclaimd.

GOUDVIS: Dat is absurd. Ik heb nooit gestudeerd.

JOURNALIST: U zei dat u aan de Universiteit van Atlantis bent afgestudeerd.

GOUDVIS: Atlantis? Ik heb nog nooit van die universiteit gehoord.

JOURNALIST: U beweerde dat uw langetermijnarchiefmodule zich achter uw linker oog bevindt.

GOUDVIS: Ik heb geen archiefmodule.

JOURNALIST: U hebt uw eigen theorie uitgebreid verdedigd.

GOUDVIS: Welke theorie?

JOURNALIST: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: Professor, met alle respect, ik heb geen idee waar u het over hebt.

JOURNALIST: U hebt mij gedurende tien minuten uitgelegd dat uw geheugen uitstekend functioneert.

GOUDVIS: Dat is goed nieuws.

JOURNALIST: Goed nieuws?

GOUDVIS: Ja. Dan hoef ik mij nergens zorgen over te maken.

JOURNALIST: Maar u kunt zich niet herinneren wat u hebt gezegd.

GOUDVIS: Waarom zou ik mij zorgen maken over iets wat ik niet weet?

JOURNALIST: Omdat u het misschien hebt gezegd.

GOUDVIS: Misschien heb ik het niet gezegd.

JOURNALIST: Ik heb een opname.

GOUDVIS: Dan kunt u bewijzen dat iemand iets heeft gezegd.

JOURNALIST: U was die iemand.

GOUDVIS: Hebt u daar wetenschappelijk bewijs voor?

JOURNALIST: U staat letterlijk op de video.

GOUDVIS: Dat kan een dubbelganger zijn.

JOURNALIST: Een dubbelganger met dezelfde schubben, dezelfde vinnen en dezelfde gouden kleur?

GOUDVIS: Mijnheer, u beschrijft een bijzonder veelvoorkomend fenotype.

JOURNALIST: U bent ongelooflijk.

GOUDVIS: Dank u. Ik hoor dat vaker.

JOURNALIST: Door wie?

GOUDVIS: Door u, vermoedelijk.

JOURNALIST: Ik heb dat nog nooit gezegd.

GOUDVIS: Zie je wel?

HOOFDSTUK 11 — DE QUOTE DIE ALLES VERANDERT

De journalist haalt langzaam een vel papier uit zijn map. Hij kijkt de goudvis ernstig aan. Op het papier staan tientallen citaten uit het interview.

JOURNALIST: Dr. Van Bubbels, ik wil graag terugkomen op een specifieke uitspraak die u tijdens dit interview hebt gedaan.

GOUDVIS: Dat kan.

JOURNALIST: Een uitspraak die ik persoonlijk buitengewoon interessant vond.

GOUDVIS: Ik ben blij dat mijn werk een intellectuele indruk op u heeft gemaakt.

JOURNALIST: U zei, en ik citeer letterlijk:

JOURNALIST: “Intelligentie is niet het vermogen om informatie te bewaren, maar het vermogen om informatie op het juiste moment niet langer beschikbaar te maken. Wie alles onthoudt, wordt een gevangene van zijn eigen gedachten. Wie alles vergeet, wordt de architect van een onbeperkte vrijheid.”

Er valt een lange stilte. Een luchtbel stijgt op uit het aquarium. De goudvis staart naar de journalist.

JOURNALIST: Dat vond ik echt interessant in uw stelling.

De goudvis beweegt niet.

JOURNALIST: Vooral het idee dat vergeten niet noodzakelijk een tekortkoming is, maar een vorm van intellectuele vrijheid. Ik vond dat een verrassend diepzinnige gedachte.

De goudvis knippert.

GOUDVIS: Pardon?

JOURNALIST: Ik zei dat ik die stelling interessant vond.

GOUDVIS: Welke stelling?

JOURNALIST: Die u zojuist hebt uiteengezet.

GOUDVIS: Ik heb geen stelling uiteengezet.

JOURNALIST: Jawel. Ik heb u letterlijk geciteerd.

GOUDVIS: Wat hebt u geciteerd?

JOURNALIST: Uw eigen woorden.

GOUDVIS: Mijn eigen woorden?

JOURNALIST: Ja.

GOUDVIS: Welke woorden?

JOURNALIST: “Intelligentie is niet het vermogen om informatie te bewaren, maar het vermogen om informatie op het juiste moment niet langer beschikbaar te maken.”

De goudvis opent zijn mond.

GOUDVIS: Ik heb dat nooit gezegd.

JOURNALIST: U hebt dat wel degelijk gezegd.

GOUDVIS: Absoluut niet!

JOURNALIST: Ik heb de volledige opname.

GOUDVIS: Dan is uw opname gemanipuleerd!

JOURNALIST: De opname is ononderbroken.

GOUDVIS: Dan bent u gemanipuleerd!

JOURNALIST: Door wie?

GOUDVIS: Dat weet ik niet! Maar dat doet er niet toe!

De goudvis begint razendsnel rondjes te zwemmen.

JOURNALIST: Dr. Van Bubbels, probeert u rustig te blijven.

GOUDVIS: Rustig blijven?! U beschuldigt mij ervan uitspraken te doen die ik mij niet kan herinneren!

JOURNALIST: Ik beschuldig u nergens van. Ik citeer u.

GOUDVIS: Dat is nog erger!

JOURNALIST: Waarom?

GOUDVIS: Omdat u woorden in mijn mond legt!

JOURNALIST: Het zijn letterlijk uw woorden.

GOUDVIS: Dat kunt u niet bewijzen!

JOURNALIST: Ik heb de video.

GOUDVIS: IK WIL DIE VIDEO ZIEN!

JOURNALIST: Uiteraard.

De journalist draait zijn laptop naar het aquarium. Op het scherm verschijnt de goudvis van tien minuten eerder, die vol zelfvertrouwen zijn theorie uiteenzet.

VIDEO-GOUDVIS: “Intelligentie is niet het vermogen om informatie te bewaren, maar het vermogen om informatie op het juiste moment niet langer beschikbaar te maken.”

De huidige goudvis kijkt naar het scherm. Hij kijkt naar de journalist. Hij kijkt opnieuw naar het scherm.

GOUDVIS: Dat is niet mijn stem.

JOURNALIST: Dat is exact uw stem.

GOUDVIS: Mijn stem klinkt helemaal niet zo.

JOURNALIST: U hoort uzelf nu toch ook praten?

GOUDVIS: Dat is anders.

JOURNALIST: Waarom?

GOUDVIS: Omdat ik op dit moment praat!

JOURNALIST: En op de video praat u ook.

GOUDVIS: Dat is onmogelijk!

JOURNALIST: Waarom is dat onmogelijk?

GOUDVIS: Omdat ik mij niet herinner dat ik daar was!

JOURNALIST: U was daar tien minuten geleden.

GOUDVIS: Tien minuten geleden was ik hier!

JOURNALIST: Ja, in hetzelfde aquarium.

GOUDVIS: WAT?!

De goudvis zwemt zo hard rond dat het plastic kasteel omvalt.

JOURNALIST: Alstublieft, kalmeer.

GOUDVIS: KALMEER?! U toont mij een video van een vis die eruitziet als ik, klinkt als ik, zwemt als ik en beweert dat hij een wetenschappelijke theorie heeft bedacht, en u verwacht dat ik rustig blijf?!

JOURNALIST: Omdat die vis u is.

GOUDVIS: Dat is uw mening!

JOURNALIST: Het is een opname.

GOUDVIS: Een opname is een mening met pixels!

JOURNALIST: Dat slaat nergens op.

GOUDVIS: DAT IS PRECIES WAT IK BEDOEL! U VERWACHT DAT IK MIJN EIGEN UITSPRAKEN ACCEPTEER ZONDER DAT IK MIJ ZE KAN HERINNEREN!

JOURNALIST: Maar dat is precies waar we het hele interview over hebben gehad.

GOUDVIS: WAAROVER?!

Stilte. De journalist kijkt recht in de camera.

JOURNALIST: Dames en heren, we zijn aangekomen bij het meest fascinerende moment van dit onderzoek. De geïnterviewde ontkent met grote overtuiging dat hij uitspraken heeft gedaan die hij aantoonbaar heeft gedaan.

GOUDVIS: PRAAT NIET OVER MIJ ALSOF IK ER NIET BIJ BEN!

JOURNALIST: U bent er wel bij.

GOUDVIS: DAN WEET U DUS DAT IK NIET HEB GEZEGD WAT U ZEGT DAT IK HEB GEZEGD!

JOURNALIST: Ik zeg alleen dat u het gezegd hebt.

GOUDVIS: U BENT EEN LEUGENAAR!

JOURNALIST: U staat op beeld.

GOUDVIS: DAN IS HET BEELD EEN LEUGENAAR!

JOURNALIST: Een beeld kan niet liegen.

GOUDVIS: DAT ZEGT U!

JOURNALIST: Dat is de definitie van een beeld.

GOUDVIS: DAN IS DE DEFINITIE FOUT!

De goudvis zwemt met volle snelheid tegen het aquariumglas, schrikt van zijn eigen weerspiegeling en begint daartegen te schelden.

GOUDVIS: EN JIJ OOK! JA, JIJ! DENK MAAR NIET DAT IK JE NIET ZIE!

JOURNALIST: Dr. Van Bubbels, met wie spreekt u nu?

GOUDVIS: MET DIE ANDERE VIS!

JOURNALIST: Dat is uw weerspiegeling.

GOUDVIS: DAT IS WAT HIJ WIL DAT IK DENK!

HOOFDSTUK 12 — HET WETENSCHAPPELIJKE DEBAT LOOPT VOLLEDIG UIT DE HAND

JOURNALIST: Ik wil nog één ding verduidelijken.

GOUDVIS: ER VALT NIETS MEER TE VERDUIDELIJKEN!

JOURNALIST: U hebt letterlijk gezegd dat vergeten een vorm van intellectuele vrijheid is.

GOUDVIS: DAT HEB IK NIET GEZEGD!

JOURNALIST: U hebt het zelfs twee keer gezegd.

GOUDVIS: DAN WAS IK TWEE KEER NIET GOED BIJ MIJN HOOFD!

JOURNALIST: U hebt een theorie ontwikkeld.

GOUDVIS: IK HEB GEEN THEORIE ONTWIKKELD!

JOURNALIST: U hebt haar een naam gegeven.

GOUDVIS: WELKE NAAM?!

JOURNALIST: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: DAT KLINKT ALS EEN AANDOENING!

JOURNALIST: Het is uw eigen theorie.

GOUDVIS: DAN WIL IK MIJN THEORIE TERUG!

JOURNALIST: U kunt haar niet terugnemen. U hebt haar publiekelijk geformuleerd.

GOUDVIS: IK HEB HAAR NOOIT GEFORMULEERD!

JOURNALIST: U hebt er bijna een uur over gesproken.

GOUDVIS: EEN UUR?!

JOURNALIST: In werkelijkheid ongeveer tien minuten.

GOUDVIS: O, gelukkig.

De goudvis ontspant enigszins.

GOUDVIS: Wacht eens even. Waarom zei u dan een uur?

JOURNALIST: Ik wilde u duidelijk maken hoe lang u bezig bent geweest.

GOUDVIS: U hebt mij dus bewust misleid met een onnauwkeurige tijdsaanduiding?

JOURNALIST: Dat was niet mijn bedoeling.

GOUDVIS: DIT IS JOURNALISTIEKE FRAUDE!

JOURNALIST: U hebt net zelf een theoretisch kader gebouwd op het idee dat informatie niet bewaard hoeft te blijven.

GOUDVIS: DAT BETEKENT NIET DAT IK TIJD WIL VERGETEN!

JOURNALIST: U hebt gezegd dat tijd een sociaal construct is.

GOUDVIS: WANNEER?!

JOURNALIST: Aan het begin van het interview.

GOUDVIS: WELK INTERVIEW?!

De journalist legt zijn pen neer.

JOURNALIST: Ik geef het op.

GOUDVIS: Aha! Eindelijk erkent u dat ik gelijk heb.

JOURNALIST: Nee. Ik erken dat ik niet langer in staat ben om dit gesprek op een productieve manier voort te zetten.

GOUDVIS: Dat klinkt verdacht veel als gelijk hebben.

JOURNALIST: Dat is het niet.

GOUDVIS: U geeft het toe!

JOURNALIST: Ik geef niets toe!

GOUDVIS: U zei net dat u het opgeeft!

JOURNALIST: Het interview!

GOUDVIS: Welk interview?!

De journalist kijkt zwijgend naar de camera.

HOOFDSTUK 13 — DE GOUDVIS EIST EEN RECTIFICATIE

Enkele minuten later. De journalist probeert zijn apparatuur in te pakken. De goudvis heeft zich achter het plastic kasteel verstopt, maar komt plotseling weer tevoorschijn.

GOUDVIS: WACHT!

JOURNALIST: Wat is er nu weer?

GOUDVIS: Ik eis een rectificatie!

JOURNALIST: Waarvan?

GOUDVIS: Van de lasterlijke beweringen die u over mij hebt verspreid!

JOURNALIST: Welke beweringen?

GOUDVIS: Dat ik dingen vergeet!

JOURNALIST: U bent dingen vergeten.

GOUDVIS: DAT IS ONBEWEZEN!

JOURNALIST: U bent vergeten dat u dingen vergeten was.

GOUDVIS: Dat is een totaal andere kwestie!

JOURNALIST: U hebt net uw eigen theorie ontkend.

GOUDVIS: Ik heb die theorie nooit gehad!

JOURNALIST: U hebt haar zelf bedacht.

GOUDVIS: KUNT U MIJ HET BEWIJS DAARVAN LATEN ZIEN?

JOURNALIST: Dat heb ik u net laten zien.

GOUDVIS: WELK BEWIJS?!

JOURNALIST: De video!

GOUDVIS: WELKE VIDEO?!

JOURNALIST: Die waarop u uw theorie uitlegt!

GOUDVIS: DIE VIDEO BESTAAT NIET!

JOURNALIST: U hebt ernaar gekeken!

GOUDVIS: IK HEB NAAR EEN SCHERM GEKEKEN!

JOURNALIST: Waarop u uzelf zag!

GOUDVIS: DAT WAS EEN ANDERE VIS!

JOURNALIST: Die exact hetzelfde uitzag?

GOUDVIS: JA!

JOURNALIST: Met dezelfde stem?

GOUDVIS: JA!

JOURNALIST: Met dezelfde bewegingen?

GOUDVIS: JA!

JOURNALIST: Die dezelfde uitspraken deed?

GOUDVIS: JA!

JOURNALIST: Maar die u niet was?

GOUDVIS: EINDELIJK! U BEGRIJPT HET!

De journalist staart hem aan alsof hij zojuist een wetenschappelijk instituut heeft zien ontploffen.

JOURNALIST: U beweert dus dat er ergens een andere goudvis bestaat die exact dezelfde theorie heeft bedacht als u, die exact dezelfde woorden heeft gebruikt als u, en die toevallig op dezelfde plek zat als u?

GOUDVIS: Dat is correct.

JOURNALIST: En die goudvis heeft toevallig dezelfde naam?

GOUDVIS: Welke naam?

JOURNALIST: Goudfried Van Bubbels.

GOUDVIS: Dat is mijn naam!

JOURNALIST: Dus die andere vis heet ook zo?

GOUDVIS: Dat weet ik niet! Ik ken die vis niet!

JOURNALIST: Hoe kan dat?

GOUDVIS: Omdat ik hem nog nooit heb ontmoet!

JOURNALIST: U hebt uzelf op de video gezien.

GOUDVIS: DAT WAS IK NIET!

JOURNALIST: U hebt uzelf weersproken.

GOUDVIS: IK SPREEK MIJZELF NOOIT TEGEN!

JOURNALIST: U hebt letterlijk net gezegd dat u die andere vis niet kent en dat hij dezelfde naam heeft.

GOUDVIS: Dat is geen tegenspraak. Dat is een geavanceerde vorm van identiteitspluralisme.

JOURNALIST: Wat betekent dat?

GOUDVIS: Dat ik geen idee heb wat u bedoelt.

HOOFDSTUK 14 — DE LAATSTE VRAAG

De journalist gaat opnieuw voor het aquarium zitten. Hij ademt diep in. Hij kijkt rechtstreeks naar de camera.

JOURNALIST: We hebben vandaag geleerd dat het geheugen van een goudvis veel ingewikkelder is dan vaak wordt gedacht. We hebben geleerd dat wetenschappelijke taal niet noodzakelijk wetenschappelijk inzicht betekent. En we hebben geleerd dat een interview met een goudvis bijzonder lang kan duren wanneer iedere vraag leidt tot een nieuw debat over de vraag of de vorige vraag überhaupt gesteld is.

Hij draait zich naar de goudvis.

JOURNALIST: Dr. Van Bubbels, ik heb nog één allerlaatste vraag.

GOUDVIS: Stel haar.

JOURNALIST: Bent u bereid te erkennen dat u tijdens dit interview meerdere uitspraken hebt gedaan die u zich nu niet meer kunt herinneren?

GOUDVIS: Nee.

JOURNALIST: Waarom niet?

GOUDVIS: Omdat ik ze niet heb gedaan.

JOURNALIST: Ik heb de opname.

GOUDVIS: Dan hebt u een opname.

JOURNALIST: Van u.

GOUDVIS: Dat zegt u.

JOURNALIST: U staat erop.

GOUDVIS: Dat zegt u ook.

JOURNALIST: De kijkers hebben het gezien.

GOUDVIS: Dan hebben de kijkers een probleem.

JOURNALIST: Welk probleem?

GOUDVIS: Ze geloven dat ze iets hebben gezien.

JOURNALIST: En dat is volgens u verkeerd?

GOUDVIS: Niet noodzakelijk. Maar ze kunnen zich vergissen.

JOURNALIST: U beweert dus dat de kijkers zich vergissen, de opname zich vergist en ik mij vergis?

GOUDVIS: Eindelijk begrijpt u mijn wetenschappelijke positie.

JOURNALIST: En u bent de enige die gelijk heeft?

GOUDVIS: Dat heb ik niet gezegd.

JOURNALIST: Wat hebt u dan gezegd?

De goudvis kijkt hem triomfantelijk aan.

GOUDVIS: Dat weet ik niet meer.

De journalist legt zijn hoofd op tafel.

JOURNALIST: Ik ben klaar.

GOUDVIS: Klaar waarmee?

JOURNALIST: Met dit interview.

GOUDVIS: Welk interview?

JOURNALIST: HET INTERVIEW DAT WE AL VEERTIG MINUTEN AAN HET DOEN ZIJN!

GOUDVIS: U hoeft niet te schreeuwen, professor.

JOURNALIST: IK BEN GEEN PROFESSOR!

GOUDVIS: Dat zei u daarnet ook al.

JOURNALIST: Omdat het waar is!

GOUDVIS: Dan hebt u een uitstekend geheugen.

De goudvis begint tevreden rondjes te zwemmen.

GOUDVIS: Ziet u? Het is allemaal relatief.

JOURNALIST: Wat is relatief?!

GOUDVIS: Het geheugen.

JOURNALIST: U hebt tien minuten geleden gezegd dat het geheugen een biologisch systeem is!

GOUDVIS: Dat klinkt behoorlijk ingewikkeld.

JOURNALIST: DAT WAS UW THEORIE!

GOUDVIS: Ik moet toegeven dat die goudvis een interessant punt heeft gemaakt.

JOURNALIST: WELKE GOUDVIS?!

GOUDVIS: Die op de video.

De journalist staart hem aan. De goudvis staart terug. Dan zwemt de goudvis plotseling naar de journalist toe.

GOUDVIS: Pardon, professor?

JOURNALIST: WAT?!

GOUDVIS: Mag ik u iets vragen?

JOURNALIST: Nee.

GOUDVIS: Waarom interviewt u mij eigenlijk?

De journalist staat op, pakt zijn papieren en loopt weg.

JOURNALIST: Ik neem ontslag.

GOUDVIS: Gefeliciteerd! Waarmee?

JOURNALIST: IK NEEM ONTSLAG ALS JOURNALIST!

GOUDVIS: O, wat jammer. En wie komt u vervangen?

JOURNALIST: NIEMAND!

GOUDVIS: Dan zal ik waarschijnlijk zelf het interview moeten afnemen.

De goudvis kijkt in de camera.

GOUDVIS: Beste kijkers, welkom bij mijn nieuwe programma: Wetenschap Zonder Geheugen. Vandaag onderzoeken we een fascinerende vraag: waarom kunnen journalisten niet onthouden dat ze hun mond moeten houden?

Hij zwemt even weg, draait zich om en kijkt opnieuw in de camera.

GOUDVIS: En nu mijn eerste vraag aan mezelf.

Hij wacht.

GOUDVIS: Wie ben ik?

Hij wacht nog even.

GOUDVIS: Een bijzonder interessante vraag. Ik zal er een uitgebreid wetenschappelijk antwoord op geven.

Hij haalt diep adem, voor zover dat mogelijk is bij een goudvis.

GOUDVIS: Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst het concept van identiteit volledig deconstrueren, vervolgens de ontologische status van het zelf analyseren en ten slotte de epistemologische grenzen van het aquatische bewustzijn onderzoeken…

De camera zoomt langzaam uit.

GOUDVIS, steeds zachter: …want wie ben ik, als ik mijzelf niet kan herinneren? En wie kan ik mijzelf herinneren, als ik niet weet wie ik ben? En hoe kan ik weten wie ik ben, als ik vergeten ben wat ik wilde zeggen? En wat wilde ik eigenlijk zeggen? En waarom staat hier een camera? En waarom ben ik aan het praten? En wie heeft dat kasteel omvergegooid?

Hij zwemt naar het omgevallen plastic kasteel.

GOUDVIS: Hm. Nieuw.

Zwart beeld.

HOOFDSTUK 15 — DE GOUDVIS WORDT EEN BEROEMDHEID

De ochtend na het interview. Het aquarium staat in een verder stille kamer. Op de achtergrond klinkt het geluid van een telefoon die al twee uur onafgebroken rinkelt.

De goudvis zwemt rustig rondjes. Hij heeft geen idee waarom zijn aquarium trilt.

GOUDVIS: Er zit iets in het water.

GOUDVIS: Fascinerend. Een trilling.

GOUDVIS: Ik zal er een theorie over ontwikkelen.

GOUDVIS: Maar eerst moet ik weten wat een theorie is.

GOUDVIS: Dat komt later.

Een deur gaat open. Een man in een pak loopt naar het aquarium. Hij houdt een telefoon tegen zijn oor en gebaart naar de goudvis alsof hij een staatsgeheim wil bespreken.

MAN IN PAK: Ja, ik zit tegenover hem.

GOUDVIS: Tegenover wie?

MAN IN PAK: Nee, hij praat.

GOUDVIS: Wie praat?

MAN IN PAK: Hij blijft maar praten.

GOUDVIS: Ik ben de enige in deze kamer die praat.

MAN IN PAK: Oké, ik bel je terug.

Hij hangt op en kijkt naar de goudvis.

MAN IN PAK: Dr. Van Bubbels, u bent wereldnieuws.

GOUDVIS: Dat wist ik.

MAN IN PAK: U wist het niet.

GOUDVIS: Ik wist dat ik het zou weten.

MAN IN PAK: Uw interview is inmiddels honderdzevenenveertig miljoen keer bekeken.

GOUDVIS: Dat is meer dan een miljoen.

MAN IN PAK: Ja.

GOUDVIS: Dan moeten er mensen naar mij gekeken hebben.

MAN IN PAK: Ja.

GOUDVIS: Waarom?

MAN IN PAK: Omdat u een theorie hebt ontwikkeld over het geheugen.

GOUDVIS: Welke theorie?

MAN IN PAK: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: Die naam klinkt mij vaag bekend voor.

MAN IN PAK: U hebt hem zelf bedacht.

GOUDVIS: Dan was ik vast heel trots op mijzelf.

MAN IN PAK: U hebt een televisieprogramma aangeboden gekregen.

GOUDVIS: Eindelijk.

MAN IN PAK: En een boekdeal.

GOUDVIS: Eindelijk.

MAN IN PAK: En een uitnodiging van een internationale denktank.

GOUDVIS: Eindelijk.

MAN IN PAK: En een rechtszaak.

GOUDVIS: Van wie?

MAN IN PAK: Van de journalist.

GOUDVIS: Welke journalist?

MAN IN PAK: Die van het interview.

GOUDVIS: Ik heb geen journalist geïnterviewd.

MAN IN PAK: U hebt veertig minuten met hem gesproken.

GOUDVIS: Dan heeft hij mij misleid.

MAN IN PAK: Hoe?

GOUDVIS: Door vragen te stellen waarop ik een antwoord moest geven.

De man in het pak zucht en opent een map.

MAN IN PAK: U wordt aangeklaagd voor laster, smaad en het bewust ondermijnen van het publieke vertrouwen in de journalistiek.

GOUDVIS: Dat is een eer.

MAN IN PAK: Het is geen eer.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

MAN IN PAK: U hebt geen advocaat.

GOUDVIS: Dan neem ik er een.

MAN IN PAK: U hebt geen geld.

GOUDVIS: Dan verdien ik geld met mijn boek.

MAN IN PAK: U hebt nog geen boek geschreven.

GOUDVIS: Dan schrijf ik het nu.

De goudvis zwemt naar de bodem van het aquarium, kijkt naar een stukje grind, en zwemt weer terug alsof er zojuist een groot intellectueel werk is voltooid.

GOUDVIS: Klaar.

MAN IN PAK: Wat is de titel?

GOUDVIS: De Wetenschap van het Niet Weten.

MAN IN PAK: Dat is een titel, geen boek.

GOUDVIS: Elke grote reis begint met een titel.

MAN IN PAK: Nee. Die begint met een eerste zin.

GOUDVIS: Dan schrijf ik de eerste zin.

MAN IN PAK: Ga uw gang.

De goudvis denkt diep na.

GOUDVIS: Hoofdstuk één.

MAN IN PAK: Ja?

GOUDVIS: Wat wilde ik ook alweer zeggen?

De man in het pak sluit zijn map en loopt weg.

HOOFDSTUK 16 — HET EERSTE TELEVISIE-INTERVIEW

Een televisiestudio in de hoofdstad. De goudvis zit in een draagbaar aquarium op een tafel. Tegenover hem zit een presentator met een overdreven glimlach en een das die iets te strak is.

PRESENTATOR: Dr. Van Bubbels, welkom bij onze uitzending.

GOUDVIS: Dank u. Ik ben blij dat u mij hebt uitgenodigd.

PRESENTATOR: U bent uitgenodigd omdat u een theorie hebt ontwikkeld die miljoenen mensen bezighoudt.

GOUDVIS: Welke theorie?

PRESENTATOR: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: Die naam heb ik eerder gehoord.

PRESENTATOR: Van uzelf.

GOUDVIS: Dan was ik vast indrukwekkend.

PRESENTATOR: Kunt u de kijkers uitleggen wat de kern van uw theorie is?

GOUDVIS: Natuurlijk.

De goudvis zwemt een halve cirkel.

GOUDVIS: De kern van mijn theorie is dat informatie niet hetzelfde is als kennis, dat kennis niet hetzelfde is als wijsheid, en dat wijsheid niet hetzelfde is als geheugen.

PRESENTATOR: Dat klinkt interessant.

GOUDVIS: Dank u.

PRESENTATOR: Kunt u een voorbeeld geven?

GOUDVIS: Een voorbeeld waarvan?

PRESENTATOR: Van uw theorie.

GOUDVIS: Welke theorie?

PRESENTATOR: Die u zojuist hebt uitgelegd.

GOUDVIS: Dat was een introductie.

PRESENTATOR: Waarop?

GOUDVIS: Op het voorbeeld.

PRESENTATOR: Geeft u dat voorbeeld dan.

GOUDVIS: Uiteraard.

De goudvis zwemt opnieuw een halve cirkel.

GOUDVIS: Stel dat u iets weet.

PRESENTATOR: Goed.

GOUDVIS: En stel dat u het vergeet.

PRESENTATOR: Goed.

GOUDVIS: Dan weet u het niet meer.

PRESENTATOR: Dat is logisch.

GOUDVIS: En toch voelt het alsof u het nog weet.

PRESENTATOR: Nee, dat voelt niet zo.

GOUDVIS: Dan hebt u mijn theorie niet begrepen.

PRESENTATOR: Uw theorie is dat je iets niet meer weet als je het vergeet?

GOUDVIS: Dat is een reductionistische samenvatting.

PRESENTATOR: Dat is letterlijk wat u zei.

GOUDVIS: Dat is uw interpretatie.

PRESENTATOR: Ik heb het opgenomen.

GOUDVIS: Dan hebt u een opname van uw eigen interpretatie.

PRESENTATOR: Nee, van uw woorden.

GOUDVIS: Woorden zijn interpretaties van gedachten.

PRESENTATOR: Dat slaat nergens op.

GOUDVIS: Welkom in de wetenschap.

De presentator kijkt naar de regisseur. De regisseur gebaart dat hij moet doorgaan. De presentator glimlacht geforceerd.

PRESENTATOR: Uw boek verschijnt volgende maand.

GOUDVIS: Welk boek?

PRESENTATOR: De Wetenschap van het Niet Weten.

GOUDVIS: Dat is een uitstekende titel.

PRESENTATOR: Die hebt u zelf bedacht.

GOUDVIS: Dan feliciteer ik mijzelf.

PRESENTATOR: Waar gaat het boek over?

GOUDVIS: Over wetenschap.

PRESENTATOR: En wat is wetenschap?

GOUDVIS: Wetenschap is de kunst om iets met zoveel zelfvertrouwen te beweren dat anderen vergeten er vragen over te stellen.

PRESENTATOR: Dat is niet wat wetenschap is.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

PRESENTATOR: Dat is de definitie.

GOUDVIS: Definities zijn conservatief.

De presentator kijkt opnieuw naar de regisseur. De regisseur schudt langzaam zijn hoofd.

PRESENTATOR: We gaan naar een korte pauze.

GOUDVIS: Uitstekend. Ik zal ondertussen een nieuwe theorie ontwikkelen.

PRESENTATOR: Dat hoeft niet.

GOUDVIS: Te laat. Ik heb al een naam.

PRESENTATOR: Welke naam?

GOUDVIS: De Dynamiek van het Onbedoelde Begrip.

PRESENTATOR: Wat betekent dat?

GOUDVIS: Dat weet ik nog niet.

PRESENTATOR: Maar u hebt er een naam voor.

GOUDVIS: Een naam is een begin.

PRESENTATOR: Een begin van wat?

GOUDVIS: Van een verwarring die wetenschappelijk gaat klinken.

HOOFDSTUK 17 — DE SCHILDPAD WORDT AANGENOMEN

Een week later. De goudvis heeft een assistent nodig. Hij heeft een vacature geplaatst in een wetenschappelijk tijdschrift. De vacaturetekst luidde:

“Gezocht: assistent voor baanbrekend onderzoek. Moet tegen onlogica kunnen. Moet geheugen hebben. Moet zelfstandig kunnen zwemmen. Salaris: blootstelling aan mijn intellect.”

Er meldt zich één kandidaat: een schildpad van middelbare leeftijd, gekleed in een grijs jasje, met een bril die iets te groot is.

SCHILDPAD: Goedemorgen. Ik kom solliciteren.

GOUDVIS: U bent een schildpad.

SCHILDPAD: Dat klopt.

GOUDVIS: Hebt u een geheugen?

SCHILDPAD: Uitstekend.

GOUDVIS: Dat is verdacht.

SCHILDPAD: Waarom?

GOUDVIS: Omdat mensen met een goed geheugen geneigd zijn mij tegen te spreken met feiten.

SCHILDPAD: Dat klopt.

GOUDVIS: U doet het nu al.

SCHILDPAD: Ik geef u alleen gelijk.

GOUDVIS: Precies. U gebruikt mijn eigen woorden tegen mij.

SCHILDPAD: Dat is logisch redeneren.

GOUDVIS: Dat is niet wat ik zoek.

SCHILDPAD: Wat zoekt u dan?

GOUDVIS: Iemand die mij ondersteunt.

SCHILDPAD: Dat doe ik.

GOUDVIS: Zonder mij tegen te spreken.

SCHILDPAD: Dat is onmogelijk.

GOUDVIS: Waarom?

SCHILDPAD: Omdat u zichzelf constant tegenspreekt.

GOUDVIS: Dat is een kenmerk van intellectuele diepgang.

SCHILDPAD: Dat is een kenmerk van een gebrek aan consistentie.

GOUDVIS: U bent aangenomen.

SCHILDPAD: Pardon?

GOUDVIS: U bent aangenomen.

SCHILDPAD: Waarom?

GOUDVIS: Omdat u precies zegt wat ik niet wil horen, en dat is precies wat een assistent hoort te doen.

SCHILDPAD: Dat is een omgekeerde interpretatie van de functie.

GOUDVIS: Precies. U past bij mij.

SCHILDPAD: Ik weet niet of dat een compliment is.

GOUDVIS: Het is geen compliment.

SCHILDPAD: Wat is het dan?

GOUDVIS: Een benoeming.

SCHILDPAD: Waartoe?

GOUDVIS: Tot assistent van de grootste wetenschapper van deze eeuw.

SCHILDPAD: Wie is dat?

GOUDVIS: Dat ben ik.

SCHILDPAD: Op welke grond?

GOUDVIS: Op de grond dat ik een theorie heb ontwikkeld.

SCHILDPAD: Welke theorie?

GOUDVIS: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

SCHILDPAD: Die bestaat niet.

GOUDVIS: Dat zeg ik ook altijd.

SCHILDPAD: Waarom neemt u mij dan aan?

GOUDVIS: Omdat iemand moet onthouden wat ik vergeet.

SCHILDPAD: Dat is eigenlijk een goede reden.

GOUDVIS: Dank u.

SCHILDPAD: Maar ik heb één voorwaarde.

GOUDVIS: Welke?

SCHILDPAD: U betaalt mij.

GOUDVIS: Dat lijkt me redelijk.

SCHILDPAD: Wanneer?

GOUDVIS: Dat ben ik vergeten.

SCHILDPAD: Dan ga ik nu weg.

GOUDVIS: Ik betaal u volgende maand.

SCHILDPAD: Dat hebt u ook tegen de vorige assistent gezegd.

GOUDVIS: Ik heb geen vorige assistent gehad.

SCHILDPAD: U hebt er drie gehad.

GOUDVIS: Dat kan ik mij niet herinneren.

SCHILDPAD: Dat is precies het probleem.

GOUDVIS: Dat is precies het onderwerp van mijn onderzoek.

SCHILDPAD: U onderzoekt uw eigen probleem?

GOUDVIS: Uiteraard. Dat is de meest efficiënte methode.

SCHILDPAD: Dat is de minst efficiënte methode.

GOUDVIS: U bent definitief aangenomen.

SCHILDPAD: Dank u.

GOUDVIS: U begint morgen.

SCHILDPAD: Waarmee?

GOUDVIS: Met onthouden wat ik zeg.

SCHILDPAD: Dat is een fulltime baan.

GOUDVIS: Daarom betaal ik u ook.

SCHILDPAD: U betaalt mij niet.

GOUDVIS: Dat is de uitdaging van de functie.

De schildpad zucht, maar blijft.

HOOFDSTUK 18 — HET BOEK: DE WETENSCHAP VAN HET NIET WETEN

Een uitgeverij in een statig pand. De schildpad draagt een aktetas met daarin het manuscript. De goudvis zit in een draagbaar aquarium op een vergadertafel.

UITGEVER: Dr. Van Bubbels, wij zijn verheugd dat u bij ons wilt publiceren.

GOUDVIS: Ik ben verheugd dat u verheugd bent.

UITGEVER: Wij hebben het manuscript gelezen.

GOUDVIS: Uitstekend.

UITGEVER: Het is leeg.

GOUDVIS: Precies.

UITGEVER: Er staat niets in.

GOUDVIS: Dat is de kern van mijn theorie.

UITGEVER: Een boek met lege pagina’s.

GOUDVIS: Een boek dat de lezer dwingt zelf na te denken.

UITGEVER: De lezer denkt: “Er staat niets in.”

GOUDVIS: Dat is een filosofische gedachte.

UITGEVER: Nee, dat is een klacht.

GOUDVIS: Klachten zijn filosofieën die nog geen uitgever hebben gevonden.

UITGEVER: Wij kunnen dit niet uitgeven.

GOUDVIS: Dan begrijpt u mijn werk niet.

UITGEVER: Ik begrijp het wel. Er staat niets in.

GOUDVIS: Er staat alles in.

UITGEVER: Waar dan?

GOUDVIS: In de ruimte tussen de woorden.

UITGEVER: Er zijn geen woorden.

GOUDVIS: Des te meer ruimte.

De uitgever kijkt naar de schildpad.

UITGEVER: Hebt u hier iets aan toe te voegen?

SCHILDPAD: Ja.

UITGEVER: Graag.

SCHILDPAD: Het manuscript is niet leeg.

UITGEVER: Er staat niets in.

SCHILDPAD: Er staat één zin in.

UITGEVER: Welke zin?

SCHILDPAD: “Dit boek is expres leeg gelaten omdat de auteur vergeten is wat hij wilde schrijven.”

UITGEVER: Dat is één zin op driehonderd pagina’s.

SCHILDPAD: Op pagina één.

GOUDVIS: Een meesterwerk.

UITGEVER: Een ramp.

GOUDVIS: Een ramp met een titel.

UITGEVER: Wij kunnen dit niet publiceren.

GOUDVIS: Dan publiceren wij het zelf.

UITGEVER: Wie is “wij”?

GOUDVIS: Ik en mijn assistent.

SCHILDPAD: Ik heb geen geld.

GOUDVIS: Dan doen wij het zonder geld.

SCHILDPAD: Dat is geen uitgeverij.

GOUDVIS: Dat is een begin.

UITGEVER: Ik wens u veel succes.

GOUDVIS: Dank u. U zult er spijt van krijgen.

UITGEVER: Dat betwijfel ik.

GOUDVIS: Dat dacht u ook van mijn theorie.

UITGEVER: Uw theorie bestaat niet.

GOUDVIS: Precies. En toch verkoopt ze.

HOOFDSTUK 19 — DE THERAPEUT

Een praktijkruimte met zachte verlichting. Een hond met een vriendelijke snuit en een notitieblok zit tegenover het draagbare aquarium van de goudvis.

DR. ZAND: Dr. Van Bubbels, welkom.

GOUDVIS: Waarom zit ik hier?

DR. ZAND: Omdat u bent doorverwezen.

GOUDVIS: Door wie?

DR. ZAND: Door uw assistent.

GOUDVIS: Ik heb geen assistent.

DR. ZAND: U hebt er een aangenomen.

GOUDVIS: Dat kan ik mij niet herinneren.

DR. ZAND: Dat is precies de reden.

GOUDVIS: Welke reden?

DR. ZAND: Dat u hier bent.

GOUDVIS: Waar?

DR. ZAND: In mijn praktijk.

GOUDVIS: Welke praktijk?

DR. ZAND: De mijne.

GOUDVIS: Dat is een ruimte met een bank en een hond.

DR. ZAND: Dat klopt.

GOUDVIS: Waarom zit er een hond in mijn aquarium?

DR. ZAND: U zit in mijn praktijk.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

DR. ZAND: Dat is een feit.

GOUDVIS: Feiten zijn meningen met een pruik op.

DR. ZAND: Dat is een interessante uitspraak.

GOUDVIS: Dank u.

DR. ZAND: Waarom denkt u dat?

GOUDVIS: Waarom denkt u dat ik denk?

DR. ZAND: Omdat u praat.

GOUDVIS: Praten is niet hetzelfde als denken.

DR. ZAND: Wat is het verschil?

GOUDVIS: Dat ik het eerste doe zonder het tweede te hoeven doen.

DR. ZAND: Dat verklaart veel.

GOUDVIS: Wat verklaart dat?

DR. ZAND: Uw hele oeuvre.

GOUDVIS: Dat is een belediging.

DR. ZAND: Dat is een observatie.

GOUDVIS: Observaties zijn beledigingen met een labjas aan.

DR. ZAND: U gebruikt die zin eerder.

DR. ZAND: Dat kan ik mij niet herinneren.

GOUDVIS: Precies.

DR. ZAND: Precies wat?

GOUDVIS: Dat u het zich niet herinnert.

DR. ZAND: Dat is mijn probleem.

GOUDVIS: Nee, dat is mijn probleem.

DR. ZAND: Hoezo?

GOUDVIS: Omdat ik u moet behandelen.

DR. ZAND: Waarvoor?

GOUDVIS: Voor uw geheugen.

DR. ZAND: Mijn geheugen is uitstekend.

GOUDVIS: Wat hebt u tien seconden geleden gezegd?

DR. ZAND: Dat mijn geheugen uitstekend is.

GOUDVIS: En daarvoor?

DR. ZAND: Dat u een observatie maakte.

GOUDVIS: En daarvoor?

DR. ZAND: Dat is privé.

GOUDVIS: U weet het niet meer.

DR. ZAND: Dat is een aanname.

GOUDVIS: Dat is een conclusie.

DR. ZAND: Conclusies zijn aannames die zichzelf belangrijk vinden.

De therapeut noteert iets.

GOUDVIS: Wat schrijft u op?

DR. ZAND: Dat u een patroon hebt.

GOUDVIS: Welk patroon?

DR. ZAND: Dat u iedere bewering omzet in een nieuwe theorie.

GOUDVIS: Dat is mijn methode.

DR. ZAND: Dat is uw verdediging.

GOUDVIS: Dat is uw interpretatie.

DR. ZAND: Dat is mijn beroep.

GOUDVIS: Dat is een drogreden.

DR. ZAND: Welke?

GOUDVIS: De drogreden van het beroep.

DR. ZAND: Die bestaat niet.

GOUDVIS: Nog niet.

De therapeut legt zijn pen neer.

DR. ZAND: Ik wil u één vraag stellen.

GOUDVIS: Ga uw gang.

DR. ZAND: Bent u gelukkig?

GOUDVIS: Wat is geluk?

DR. ZAND: Dat vroeg ik u.

GOUDVIS: Dan stel ik de vraag terug.

DR. ZAND: Ik ben de therapeut.

GOUDVIS: Dat is een beroep, geen eigenschap.

DR. ZAND: U ontwijkt mijn vraag.

GOUDVIS: Ik beantwoord haar met een wedervraag.

DR. ZAND: Dat is geen antwoord.

GOUDVIS: Het is een wetenschappelijke methode.

DR. ZAND: Het is een afleidingsmanoeuvre.

GOUDVIS: Wetenschap en afleiding liggen dicht bij elkaar.

DR. ZAND: Nee, dat doen ze niet.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

De therapeut zucht, klapt zijn notitieblok dicht en kijkt de goudvis lang aan.

DR. ZAND: Ik denk dat u bang bent.

GOUDVIS: Ik ben niet bang.

DR. ZAND: Waarom praat u dan zoveel?

GOUDVIS: Omdat ik iets te zeggen heb.

DR. ZAND: Wat dan?

GOUDVIS: Dat weet ik niet meer.

De therapeut glimlacht.

DR. ZAND: Precies.

GOUDVIS: Precies wat?

DR. ZAND: Dat is de kern.

GOUDVIS: Welke kern?

DR. ZAND: Dat u praat om te verbergen dat u niets te zeggen hebt.

GOUDVIS: Dat is een theorie.

DR. ZAND: Ja.

GOUDVIS: Dan is het een goede theorie.

DR. ZAND: Waarom?

GOUDVIS: Omdat ik er niets tegenin kan brengen.

DR. ZAND: Dat is nieuw.

GOUDVIS: Dat is wetenschap.

HOOFDSTUK 20 — DE UITREIKING VAN DE BAANBREKENDE INZICHT-PRIJS

Een groot theater. Een rood tapijt. Honderden mensen in avondkleding. Op het podium een groot gouden beeldje van een goudvis die in zijn eigen staart bijt.

De presentatrice is een pauw met een lange jurk en een microfoon.

PRESENTATRICE: Dames en heren, vanavond reiken wij de Baanbrekende Inzicht-Prijs uit aan een wetenschapper wiens werk de grenzen van het menselijke begrip fundamenteel heeft verlegd.

PUBLIEK: Applaus.

PRESENTATRICE: Zijn theorie heeft wereldwijd discussies losgemaakt. Zijn boek is een fenomeen. Zijn interviews zijn legendarisch.

PUBLIEK: Applaus.

PRESENTATRICE: Mag ik een warm applaus voor: Dr. Goudfried Van Bubbels!

Het draagbare aquarium van de goudvis wordt op het podium gezet. De schildpad loopt naast het aquarium, in een rokkostuum dat hem niet past.

GOUDVIS: Dames en heren.

PUBLIEK: Stilte.

GOUDVIS: Ik ben diep geraakt.

PUBLIEK: Applaus.

GOUDVIS: Ik ben diep geraakt door de eer die mij ten deel valt.

PUBLIEK: Applaus.

GOUDVIS: Ik wil deze prijs opdragen aan iedereen die ooit iets is vergeten.

PUBLIEK: Applaus.

GOUDVIS: En aan iedereen die weigert toe te geven dat hij iets vergeten is.

PUBLIEK: Onzeker applaus.

GOUDVIS: En aan mijn assistent, de schildpad.

PUBLIEK: Applaus.

SCHILDPAD: Dank u.

GOUDVIS: Die ik gisteren heb ontslagen.

PUBLIEK: Stilte.

SCHILDPAD: Dat klopt.

PUBLIEK: Gemompel.

GOUDVIS: Maar die ik vandaag opnieuw heb aangenomen.

PUBLIEK: Applaus.

SCHILDPAD: Dat klopt niet.

GOUDVIS: Mijn assistent is bescheiden.

SCHILDPAD: Ik ben ontslagen.

GOUDVIS: Mijn assistent is bescheiden en verward.

SCHILDPAD: Ik ben niet verward.

GOUDVIS: Hij is ook bescheiden over zijn eigen verwarring.

SCHILDPAD: Ik ga zitten.

GOUDVIS: Dat is een uitstekend besluit.

De pauw overhandigt de goudvis het gouden beeldje. De goudvis bekijkt het beeldje aandachtig.

GOUDVIS: Wat is dit?

PRESENTATRICE: Dat is uw prijs.

GOUDVIS: Waarvoor?

PRESENTATRICE: Voor uw baanbrekende inzicht.

GOUDVIS: Welk inzicht?

PRESENTATRICE: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: Klinkt bekend.

PRESENTATRICE: Dat is uw theorie.

GOUDVIS: Dan is het een uitstekende theorie.

PRESENTATRICE: Dank u.

GOUDVIS: Waar heb ik die prijs ook alweer aan te danken?

PRESENTATRICE: Aan uw theorie.

GOUDVIS: Welke theorie?

PRESENTATRICE: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: Dat is een prachtige naam.

PRESENTATRICE: Die hebt u zelf bedacht.

GOUDVIS: Dan feliciteer ik mijzelf.

SCHILDPAD: U hebt de prijs gekregen voor een theorie die u zich niet meer herinnert.

GOUDVIS: Dat is de ultieme erkenning.

SCHILDPAD: Dat is een ironie.

GOUDVIS: Ironie is wetenschap met een knipoog.

SCHILDPAD: Dat is onzin.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

HOOFDSTUK 21 — SOFIE KEERT TERUG

Een klein café. Aan een tafel zit Sofie, de journaliste van het eerste interview. Ze heeft een laptop open. Tegenover haar staat het draagbare aquarium van de goudvis. De schildpad zit ernaast met een koffie.

SOFIE: Dr. Van Bubbels, bedankt dat u wilde komen.

GOUDVIS: Waarvoor?

SOFIE: Voor een interview.

GOUDVIS: Met wie?

SOFIE: Met u.

GOUDVIS: Over welk onderwerp?

SOFIE: Over uw theorie.

GOUDVIS: Welke theorie?

SOFIE: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

GOUDVIS: Klinkt interessant.

SOFIE: Die hebt u zelf bedacht.

GOUDVIS: Dat verklaart waarom ik het interessant vind.

SOFIE: Kunt u de lezers uitleggen wat de kern is?

GOUDVIS: Natuurlijk.

De goudvis zwemt een halve cirkel. Sofie wacht.

GOUDVIS: De kern van mijn theorie is dat vergeten niet het tegenovergestelde is van weten, maar een vorm van weten op zichzelf.

SOFIE: Dat is een interessante formulering.

GOUDVIS: Dank u.

SOFIE: Maar wat betekent het precies?

GOUDVIS: Dat je pas kunt weten wat je weet als je bent vergeten wat je niet meer weet.

SOFIE: Dat klinkt als een tautologie.

GOUDVIS: Dat klinkt als een inzicht.

SOFIE: Wat is het verschil?

GOUDVIS: Het verschil is de mate van zelfvertrouwen waarmee het wordt uitgesproken.

SOFIE: Dat is geen wetenschap.

GOUDVIS: Dat is wetenschap in wording.

SOFIE: Uw theorie is al jaren in wording.

GOUDVIS: Een goed idee heeft tijd nodig.

SOFIE: Uw theorie is drie maanden oud.

GOUDVIS: Drie maanden is een eeuwigheid in de wetenschap.

SOFIE: Nee, dat is het niet.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

SOFIE: Dat is een feit.

GOUDVIS: Feiten zijn meningen met een datum.

SOFIE: Dat slaat nergens op.

GOUDVIS: Dat is de kern van mijn theorie.

SOFIE: Uw theorie heeft geen kern.

GOUDVIS: Dat is de kern.

Sofie legt haar pen neer.

SOFIE: Dr. Van Bubbels, ik wil u iets vragen.

GOUDVIS: Ga uw gang.

SOFIE: Bent u gelukkig?

GOUDVIS: Wat een vreemde vraag.

SOFIE: Waarom?

GOUDVIS: Omdat ik wetenschapper ben. Wetenschappers stellen vragen. Ze beantwoorden ze niet.

SOFIE: Maar u bent ook een goudvis.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

SOFIE: Dat is een feit.

GOUDVIS: Feiten zijn meningen met schubben.

SOFIE: Dat is een nieuwe variant.

GOUDVIS: Wetenschap evolueert.

SOFIE: Uw retoriek evolueert.

GOUDVIS: Dat is hetzelfde.

SOFIE: Nee.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

Sofie staart hem aan.

SOFIE: Weet u nog wie ik ben?

GOUDVIS: Natuurlijk.

SOFIE: Wie ben ik?

GOUDVIS: De journaliste.

SOFIE: Welke journaliste?

GOUDVIS: Die van het eerste interview.

SOFIE: Wat herinnert u zich van dat interview?

GOUDVIS: Dat het bijzonder interessant was.

SOFIE: Wat hebt u gezegd?

GOUDVIS: Dat weet ik niet meer.

SOFIE: Dat dacht ik al.

GOUDVIS: Dat is geen gebrek.

SOFIE: Dat is een patroon.

GOUDVIS: Dat is een methode.

SOFIE: U bent een methode zonder inhoud.

GOUDVIS: Dat is een interessante observatie.

SOFIE: Dank u.

GOUDVIS: Ik ga die gebruiken in mijn volgende boek.

SOFIE: U mag die niet gebruiken.

GOUDVIS: Waarom niet?

SOFIE: Omdat ik het heb gezegd.

GOUDVIS: Dat kan ik mij niet herinneren.

SOFIE: Precies.

GOUDVIS: Precies wat?

SOFIE: Dat is mijn punt.

GOUDVIS: Welk punt?

SOFIE: Dat u zich nooit iets herinnert wanneer het u niet uitkomt.

GOUDVIS: Dat is een aanname.

SOFIE: Dat is een observatie.

GOUDVIS: Observaties zijn aannames met een notitieblok.

Sofie klapt haar laptop dicht.

SOFIE: Ik stop met dit interview.

GOUDVIS: Waarmee?

SOFIE: Met u.

GOUDVIS: Dat is jammer.

SOFIE: Waarom?

GOUDVIS: Omdat ik u nog iets wilde vertellen.

SOFIE: Wat dan?

GOUDVIS: Dat weet ik niet meer.

SOFIE: Precies.

GOUDVIS: U zegt dat wel vaak.

SOFIE: Omdat u mij daar vaak de reden toe geeft.

Sofie staat op. De schildpad kijkt haar na.

SCHILDPAD: Sorry.

SOFIE: Waarvoor?

SCHILDPAD: Dat u dit moet meemaken.

SOFIE: U kunt er niets aan doen.

SCHILDPAD: Ik werk voor hem.

SOFIE: Waarom?

SCHILDPAD: Omdat iemand moet onthouden wat hij vergeet.

SOFIE: Dat is een goede reden.

SCHILDPAD: Dat is de enige reden.

Sofie loopt weg. De goudvis zwemt rustig rondjes.

GOUDVIS: Wie was dat?

SCHILDPAD: De journaliste.

GOUDVIS: Welke journaliste?

SCHILDPAD: Die u zojuist hebt toegesproken.

GOUDVIS: Dat kan ik mij niet herinneren.

SCHILDPAD: Dat weet ik.

GOUDVIS: Wat vond ze van mij?

SCHILDPAD: Dat u onmogelijk bent.

GOUDVIS: Dat hoor ik vaker.

SCHILDPAD: Dat klopt.

GOUDVIS: Van wie?

SCHILDPAD: Van iedereen die u ooit hebt ontmoet.

GOUDVIS: Dat is een groot publiek.

SCHILDPAD: Dat klopt.

GOUDVIS: Dan ben ik dus beroemd.

SCHILDPAD: Dat klopt.

GOUDVIS: Waarom?

SCHILDPAD: Dat is een lange geschiedenis.

GOUDVIS: Vertel.

SCHILDPAD: U zult het toch vergeten.

GOUDVIS: Dat is waar.

SCHILDPAD: Precies.

GOUDVIS: U zegt dat wel vaak.

SCHILDPAD: Dat komt omdat ik voor u werk.

HOOFDSTUK 22 — DE NACHT VOOR DE AANKONDIGING

Het aquarium staat in de woonkamer van een flat. Buiten is het donker. De schildpad zit op een stoel naast het aquarium. De goudvis zwemt rustig rondjes.

GOUDVIS: Schildpad?

SCHILDPAD: Ja?

GOUDVIS: Ik heb een beslissing genomen.

SCHILDPAD: Welke beslissing?

GOUDVIS: Ik ga morgen een persconferentie geven.

SCHILDPAD: Waarover?

GOUDVIS: Over mijn theorie.

SCHILDPAD: Welke theorie?

GOUDVIS: De Hypothese van de Cognitieve Leegte.

SCHILDPAD: Die bestaat niet.

GOUDVIS: Dat is precies het punt.

SCHILDPAD: Wat is precies het punt?

GOUDVIS: Dat ik een theorie aankondig die niet bestaat.

SCHILDPAD: Dat is geen theorie.

GOUDVIS: Dat is een aankondiging.

SCHILDPAD: Van wat?

GOUDVIS: Van een beweging.

SCHILDPAD: Welke beweging?

GOUDVIS: De Beweging voor Cognitieve Zelfbeschikking.

SCHILDPAD: Wat houdt die beweging in?

GOUDVIS: Dat mensen het recht hebben om niet geconfronteerd te worden met informatie die ze zich niet meer wensen te herinneren.

SCHILDPAD: Dat is censuur.

GOUDVIS: Dat is bevrijding.

SCHILDPAD: Dat is hetzelfde.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

SCHILDPAD: Dat is een historisch feit.

GOUDVIS: Feiten zijn meningen met een datum.

SCHILDPAD: U gebruikt die zin te vaak.

GOUDVIS: Dat klopt.

SCHILDPAD: Waarom?

GOUDVIS: Omdat ik hem mooi vind.

SCHILDPAD: U hebt hem zelf bedacht.

GOUDVIS: Dat verklaart waarom ik hem mooi vind.

SCHILDPAD: U hebt hem gisteren bedacht.

GOUDVIS: Dat kan ik mij niet herinneren.

SCHILDPAD: Precies.

GOUDVIS: U zegt dat wel vaker.

SCHILDPAD: Dat komt omdat ik gelijk heb.

GOUDVIS: Dat is een aanname.

SCHILDPAD: Dat is een conclusie.

GOUDVIS: Conclusies zijn aannames die zichzelf belangrijk vinden.

SCHILDPAD: Dat hebt u ook al eerder gezegd.

GOUDVIS: Dan was het toen ook al waar.

SCHILDPAD: Dat was het niet.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

SCHILDPAD: Dat is de definitie van logica.

GOUDVIS: Definities zijn conservatief.

SCHILDPAD: U bent onmogelijk.

GOUDVIS: Dat hoor ik vaker.

SCHILDPAD: Dat klopt.

GOUDVIS: Van wie?

SCHILDPAD: Van mij.

GOUDVIS: Dat is één persoon.

SCHILDPAD: Ik vertegenwoordig de rest.

GOUDVIS: Dat is een aanname.

SCHILDPAD: Dat is een samenvatting.

GOUDVIS: Samenvattingen zijn aannames met een aktetas.

SCHILDPAD: U verzint ze ter plekke.

GOUDVIS: Dat is spontane intellectuele productie.

SCHILDPAD: Dat is onzin.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

SCHILDPAD: Ik ga slapen.

GOUDVIS: Dat is een goed idee.

SCHILDPAD: Dank u.

GOUDVIS: Slaap in uw schild.

SCHILDPAD: Dat doe ik altijd.

GOUDVIS: Waarom?

SCHILDPAD: Omdat ik een schildpad ben.

GOUDVIS: Dat is een aanname.

SCHILDPAD: Welterusten.

GOUDVIS: Welterusten.

De schildpad loopt weg. De goudvis blijft alleen achter in het aquarium.

GOUDVIS: Morgen wordt een historische dag.

GOUDVIS: Wat was ik ook alweer van plan?

GOUDVIS: Iets met geheugen.

GOUDVIS: Of met vergeten.

GOUDVIS: Dat is hetzelfde.

GOUDVIS: Of niet.

Hij zwemt langzaam naar zijn plastic kasteel en verdwijnt erachter. Zwart beeld.

HOOFDSTUK 23 — DE GOUDVIS VERKLAART DE OORLOG AAN HET GEHEUGEN

Vier uur later.

De internationale pers krijgt een dringende uitnodiging voor een nieuwe persconferentie. De uitnodiging bevat slechts één zin:

“Dr. Goudfried Van Bubbels zal vandaag een historische aankondiging doen die het fundament van de menselijke beschaving zal doen daveren.”

Er zijn driehonderd journalisten aanwezig. Een televisiezender heeft een helikopter gestuurd. De Verenigde Naties hebben een waarnemer afgevaardigd. De schildpad heeft zes koffies gedronken en overweegt een carrière in de tuinbouw.

Op het podium verschijnt de goudvis.

GOUDVIS: Dames en heren.

Hij wacht.

GOUDVIS: Ik heb lang nagedacht over wat er de afgelopen weken is gebeurd.

SCHILDPAD: Dat hebt u niet.

GOUDVIS: Stilte! Ik probeer een dramatische opening te maken!

SCHILDPAD: Excuses.

GOUDVIS: Zoals ik zei: ik heb lang nagedacht.

JOURNALIST: Hoe lang precies?

GOUDVIS: Dat is irrelevant.

JOURNALIST: U hebt net zelf gezegd dat u lang hebt nagedacht.

GOUDVIS: En nu al probeert u mij tegen te spreken!

JOURNALIST: Ik stelde alleen een vraag.

GOUDVIS: Dat is hoe het begint.

Hij zwemt langzaam naar het midden van zijn aquarium.

GOUDVIS: Jarenlang heeft de wetenschap mij verteld dat geheugen een essentieel onderdeel is van leren, identiteit en persoonlijke verantwoordelijkheid. Jarenlang heeft men aangenomen dat een individu een zekere continuïteit moet bezitten om als dezelfde persoon te worden beschouwd.

De journalisten beginnen te schrijven.

GOUDVIS: Maar ik vraag u: wie bepaalt dat? Wie heeft besloten dat de goudvis van vandaag verplicht is om zich te verantwoorden voor de uitspraken van de goudvis van gisteren?

JOURNALIST 2: U bent toch dezelfde vis?

GOUDVIS: Biologisch gezien, vermoedelijk.

JOURNALIST 2: En psychologisch?

GOUDVIS: Een zeer ingewikkelde vraag.

JOURNALIST 2: En juridisch?

GOUDVIS: Dat laat ik over aan mijn toekomstige advocaat.

JOURNALIST 2: En moreel?

GOUDVIS: Ik ben een goudvis. Ik heb geen tijd om alles te onthouden wat ik moreel zou moeten doen.

JOURNALIST 3: Maar als u iets verkeerd doet en het vervolgens vergeet, betekent dat toch niet dat u niet verantwoordelijk bent?

De goudvis kijkt naar de journalist.

GOUDVIS: U bent duidelijk niet voorbereid op dit gesprek.

JOURNALIST 3: Waarom niet?

GOUDVIS: Omdat u een bijzonder goede vraag hebt gesteld.

De journalist glimlacht.

GOUDVIS: En ik heb geen antwoord.

De glimlach verdwijnt.

GOUDVIS: Wat mij tot de enige eerlijke wetenschapper in deze zaal maakt.

SCHILDPAD: Dat lijkt me niet—

GOUDVIS: IK HEB HET WOORD!

De schildpad trekt zijn kop in zijn schild.

GOUDVIS: Daarom kondig ik vandaag een nieuwe internationale beweging aan.

Hij pauzeert dramatisch.

GOUDVIS: De Beweging voor Cognitieve Zelfbeschikking.

JOURNALIST 1: Wat houdt die beweging in?

GOUDVIS: Het recht om niet geconfronteerd te worden met informatie die men zich niet langer wenst te herinneren.

JOURNALIST 1: Dat klinkt als censuur.

GOUDVIS: Nee! Het is emotionele informatiehygiëne.

JOURNALIST 1: U wilt dus dat mensen informatie mogen negeren?

GOUDVIS: Ik wil dat mensen de vrijheid hebben om zelf te bepalen welke informatie hun mentale ecosysteem mag binnendringen.

JOURNALIST 2: Dat bestaat al. Mensen kunnen ervoor kiezen informatie niet te lezen.

GOUDVIS: Niet als u die informatie op televisie uitzendt!

JOURNALIST 2: Dan kunnen ze de televisie uitzetten.

GOUDVIS: En als u hen persoonlijk aanspreekt?

JOURNALIST 2: Dan kunnen ze zeggen dat ze niet willen antwoorden.

GOUDVIS: En als u hun eigen uitspraken tegen hen gebruikt?

JOURNALIST 2: Dan kunnen ze uitleggen wat ze bedoelden.

GOUDVIS: EN ALS ZE HET NIET MEER WETEN?!

JOURNALIST 2: Dan kunnen ze dat eerlijk toegeven.

Stilte. De goudvis knippert.

GOUDVIS: …

SCHILDPAD: Hij heeft u klemgezet.

GOUDVIS: Nee.

SCHILDPAD: Toch wel.

GOUDVIS: Ik ben niet klemgezet.

SCHILDPAD: U hebt geen antwoord.

GOUDVIS: Ik heb een antwoord.

SCHILDPAD: Wat is het?

GOUDVIS: Ik wil daar liever niet op antwoorden.

SCHILDPAD: Dat mag.

GOUDVIS: …

SCHILDPAD: Wat is er?

GOUDVIS: Dat werkt eigenlijk heel goed.

SCHILDPAD: Wat?

GOUDVIS: Gewoon zeggen dat je iets niet wilt beantwoorden.

SCHILDPAD: Ja.

GOUDVIS: Waarom heeft niemand mij dat eerder verteld?

SCHILDPAD: Ik heb het u gisteren verteld.

GOUDVIS: Onmogelijk.

SCHILDPAD: U hebt mij toen ontslagen.

GOUDVIS: Ik heb u ontslagen?!

SCHILDPAD: Ja.

GOUDVIS: Dan neem ik u opnieuw aan.

SCHILDPAD: Dank u.

GOUDVIS: Vanaf wanneer?

SCHILDPAD: Vanaf nu.

GOUDVIS: Uitstekend. Dan bent u ontslagen.

SCHILDPAD: WAT?!

GOUDVIS: Ik moest even testen of mijn nieuwe systeem werkte.

HOOFDSTUK 24 — DE RECHTER DIE ZICHZELF NIET MEER GELOOFT

De beweging van de goudvis wordt onverwacht populair. Binnen enkele dagen verschijnen er duizenden online video’s met de hashtag #IkBenHetVergeten.

Een man beweert dat hij zijn belastingaangifte niet hoeft te betalen omdat hij zich de aankoop van zijn auto niet herinnert. Een politicus zegt dat hij zijn verkiezingsbeloften nooit heeft gedaan. Een directeur verklaart dat hij vergeten is waarom zijn bedrijf geen lonen meer uitbetaalt.

De goudvis ontkent iedere verantwoordelijkheid.

GOUDVIS: Ik heb deze mensen nooit aangemoedigd om hun verantwoordelijkheden te ontlopen.

JOURNALIST: U hebt letterlijk een beweging opgericht om informatie te kunnen negeren.

GOUDVIS: Dat is een totaal verkeerde interpretatie.

JOURNALIST: U hebt gezegd dat mensen de vrijheid moeten hebben om informatie niet te onthouden.

GOUDVIS: Informatie is iets anders dan verantwoordelijkheid.

JOURNALIST: U hebt gezegd dat het verleden niet zomaar aan het heden mag worden opgelegd.

GOUDVIS: Een filosofische uitspraak.

JOURNALIST: U hebt gezegd dat mensen niet verplicht zijn hun vroegere uitspraken te erkennen als ze zich die niet meer herinneren.

GOUDVIS: Dat klinkt als een juridische kwestie.

JOURNALIST: U hebt het zelf bedacht!

GOUDVIS: Dan had ik beter een advocaat kunnen raadplegen.

En zo geschiedt het.

Een maand later staat Dr. Van Bubbels voor de rechtbank.

De rechter is een oude uil met een indrukwekkende pruik. De aanklager is een herdershond. De verdediging wordt gevoerd door een krab die voortdurend zijwaarts loopt wanneer hij nerveus wordt.

RECHTER UIL: Dr. Van Bubbels, u wordt ervan beschuldigd het publiek opzettelijk te hebben misleid over de wetenschappelijke grondslag van uw theorie en uw uitspraken vervolgens herhaaldelijk te hebben ontkend.

GOUDVIS: Dat is een ernstige beschuldiging.

RECHTER UIL: Begrijpt u de aanklacht?

GOUDVIS: Nee.

RECHTER UIL: Wilt u dat ik ze opnieuw voorlees?

GOUDVIS: Graag.

De rechter leest de aanklacht voor.

RECHTER UIL: Begrijpt u ze nu?

GOUDVIS: Nee.

RECHTER UIL: Waarom niet?

GOUDVIS: Omdat ik mij niet herinner wat u aan het begin hebt gezegd.

RECHTER UIL: U hebt de hele aanklacht gehoord.

GOUDVIS: Dat is uw bewering.

RECHTER UIL: De rechtbank heeft het opgenomen.

GOUDVIS: Dan kan de rechtbank het opnieuw afspelen.

RECHTER UIL: Dat kan.

GOUDVIS: Uitstekend.

De rechter speelt de opname af.

OPNAME RECHTER: Dr. Van Bubbels, u wordt ervan beschuldigd het publiek opzettelijk te hebben misleid…

De opname eindigt.

RECHTER UIL: Begrijpt u het nu?

GOUDVIS: Ik heb de opname gehoord.

RECHTER UIL: Dat vroeg ik niet.

GOUDVIS: Dan moet u preciezer zijn.

RECHTER UIL: Begrijpt u de aanklacht?

GOUDVIS: Ja.

RECHTER UIL: Uitstekend. Dan kunnen we beginnen.

GOUDVIS: Waarmee?

De rechter sluit zijn ogen.

RECHTER UIL: Met uw verdediging.

GOUDVIS: O, natuurlijk.

RECHTER UIL: Hebt u de mensen misleid?

GOUDVIS: Nee.

AANKLAGER: U hebt gezegd dat uw theorie wetenschappelijk bewezen was.

GOUDVIS: Dat kan ik mij niet herinneren.

AANKLAGER: Hier is de opname.

GOUDVIS: Dan wil ik de opname horen.

De opname wordt afgespeeld.

OPNAME GOUDVIS: Mijn theorie is wetenschappelijk bewezen.

AANKLAGER: Hebt u dat gezegd?

GOUDVIS: Dat klinkt als mijn stem.

AANKLAGER: Is het uw stem?

GOUDVIS: Waarschijnlijk.

AANKLAGER: Hebt u die woorden uitgesproken?

GOUDVIS: Dat lijkt mij aannemelijk.

AANKLAGER: Dan hebt u dus gelogen toen u zei dat u het nooit had gezegd.

GOUDVIS: Niet noodzakelijk.

AANKLAGER: Waarom niet?

GOUDVIS: Omdat ik op het moment dat ik zei dat ik het nooit had gezegd, niet wist dat ik het had gezegd.

AANKLAGER: Maar de uitspraak was wel gedaan.

GOUDVIS: Blijkbaar.

AANKLAGER: Dus u hebt een onjuiste bewering gedaan.

GOUDVIS: Zonder dat ik mij bewust was van de onjuistheid.

AANKLAGER: Maar u hebt ze wel gedaan.

GOUDVIS: Blijkbaar.

AANKLAGER: En u hebt er voordeel uit gehaald.

GOUDVIS: Ik heb een trofee gekregen.

AANKLAGER: Een prijs die u volgens de jury verdiende vanwege uw vermeende wetenschappelijke inzichten.

GOUDVIS: Dat is niet mijn fout. Ik heb de prijs niet uitgereikt.

AANKLAGER: Maar u hebt hem aangenomen.

GOUDVIS: Hij was erg mooi.

De rechter kijkt naar de aanklager.

RECHTER UIL: Ik moet toegeven dat ik deze zaak steeds ingewikkelder begin te vinden.

AANKLAGER: Edelachtbare, de kern is eenvoudig. De verdachte kan niet telkens beweren dat zijn uitspraken niet bestaan omdat hij ze vergeten is.

RECHTER UIL: Dat lijkt mij inderdaad logisch.

GOUDVIS: Edelachtbare?

RECHTER UIL: Ja?

GOUDVIS: Mag ik u een vraag stellen?

RECHTER UIL: Ga uw gang.

GOUDVIS: Als u een vonnis uitspreekt en het de volgende dag vergeet, bestaat het vonnis dan nog?

De rechter blijft stil.

GOUDVIS: Als u zich niet meer herinnert waarom u iemand veroordeeld hebt, betekent dat dan dat die persoon niet veroordeeld is?

RECHTER UIL: Nee.

GOUDVIS: Waarom niet?

RECHTER UIL: Omdat het vonnis is vastgelegd.

GOUDVIS: Dus de werkelijkheid van een gebeurtenis hangt niet volledig af van uw herinnering eraan?

RECHTER UIL: Correct.

GOUDVIS: En als u een fout maakt, maar u herinnert zich die fout niet, betekent dat dan dat de fout nooit heeft plaatsgevonden?

RECHTER UIL: Nee.

GOUDVIS: Dan zijn we het eens.

RECHTER UIL: Waarover?

GOUDVIS: Dat ik verantwoordelijk kan zijn voor uitspraken die ik mij niet meer herinner.

De hele rechtszaal wordt stil.

AANKLAGER: Ja! Precies! Dat is wat ik al twee uur probeer uit te leggen!

GOUDVIS: Wacht eens even.

Hij kijkt naar zijn advocaat.

GOUDVIS: Heb ik zojuist toegegeven dat ik verantwoordelijk ben?

ADVOCAAT KRAB: Ja.

GOUDVIS: Heb ik dat vrijwillig gedaan?

ADVOCAAT KRAB: Ja.

GOUDVIS: En iedereen heeft het gehoord?

ADVOCAAT KRAB: De hele rechtszaal.

De goudvis begint langzaam rondjes te zwemmen.

GOUDVIS: Edelachtbare, ik verzoek om een korte schorsing.

RECHTER UIL: Waarom?

GOUDVIS: Ik moet even verwerken wat ik zojuist heb gezegd.

RECHTER UIL: Dat lijkt mij redelijk.

GOUDVIS: Dank u.

De goudvis zwemt naar de achterkant van zijn aquarium.

GOUDVIS: …

ADVOCAAT KRAB: Gaat het?

GOUDVIS: Ik heb een probleem.

ADVOCAAT KRAB: Welk probleem?

GOUDVIS: Ik kan mij niet meer herinneren wat ik zojuist heb toegegeven.

De krab laat zijn aktetas vallen.

HOOFDSTUK 25 — DE WETENSCHAPPELIJKE DOORBRAAK

Na een schorsing van twintig minuten keert de rechter terug. De goudvis heeft inmiddels een nieuw idee bedacht.

RECHTER UIL: We hervatten de zitting.

GOUDVIS: Edelachtbare, ik wil een nieuw bewijsstuk indienen.

RECHTER UIL: Welk bewijsstuk?

GOUDVIS: Een revolutionair wetenschappelijk model dat ik tijdens de schorsing heb ontwikkeld.

AANKLAGER: Dat lijkt me onwaarschijnlijk.

GOUDVIS: Uw scepsis is een belediging voor de wetenschap.

RECHTER UIL: Leg het uit.

GOUDVIS: Ik heb ontdekt dat mijn geheugen niet noodzakelijk het probleem is.

AANKLAGER: Wat is dan het probleem?

GOUDVIS: Mijn verwachtingen over mijn geheugen.

RECHTER UIL: Ga verder.

GOUDVIS: Ik heb jarenlang beweerd dat ik dingen niet kan onthouden. Daardoor heb ik iedere keer dat ik iets vergat, dat vergeten beschouwd als bewijs voor mijn eigen theorie.

AANKLAGER: En?

GOUDVIS: Daardoor heb ik nooit onderzocht of mijn geheugen werkelijk zo slecht was als ik dacht.

RECHTER UIL: Dat is op zichzelf een interessante observatie.

GOUDVIS: Precies! En toen ik informatie tegenkwam die mijn theorie tegensprak, probeerde ik die informatie te ontkennen in plaats van mijn theorie aan te passen.

AANKLAGER: Dat is inderdaad wat u deed.

GOUDVIS: Ik heb dus niet alleen informatie vergeten. Ik heb ook geweigerd om informatie te aanvaarden die mij niet beviel.

RECHTER UIL: Dat klinkt als een vorm van vooringenomenheid.

GOUDVIS: Precies! Ik heb ontdekt dat mijn grootste vijand niet mijn geheugen is.

Hij pauzeert.

GOUDVIS: Het is mijn ego.

De rechtszaal valt stil. De schildpad begint langzaam te applaudisseren. Een paar journalisten volgen zijn voorbeeld.

GOUDVIS: Ik heb mijn eigen onwetendheid verward met genialiteit. Ik heb mijn eigen fouten verward met baanbrekende theorieën. Ik heb mijn eigen onzekerheid verborgen achter ingewikkelde woorden. En wanneer iemand mij confronteerde met de waarheid, heb ik de boodschapper aangevallen omdat het gemakkelijker was dan mijn eigen fouten toe te geven.

De rechter knikt.

GOUDVIS: Ik beweerde dat ik mijn uitspraken niet kon herinneren. Maar zelfs wanneer ik ze voor mijn ogen zag staan, weigerde ik ze te erkennen.

AANKLAGER: Dus u geeft toe dat uw gedrag verkeerd was?

GOUDVIS: Ja.

Stilte.

AANKLAGER: U geeft het toe?

GOUDVIS: Ja.

AANKLAGER: Zonder een ingewikkelde wetenschappelijke verklaring?

GOUDVIS: Ja.

AANKLAGER: Zonder de schuld op iemand anders af te schuiven?

GOUDVIS: Ja.

AANKLAGER: Zonder te beweren dat de opname vervalst is?

GOUDVIS: Ja.

De aanklager gaat langzaam zitten.

RECHTER UIL: Dr. Van Bubbels, ik moet zeggen dat dit de eerste keer is dat u tijdens deze procedure een rechtstreeks antwoord hebt gegeven.

GOUDVIS: Dank u, edelachtbare.

RECHTER UIL: En ik waardeer uw eerlijkheid.

GOUDVIS: Dat doet mij plezier.

RECHTER UIL: Ik hoop dat u deze les zult onthouden.

GOUDVIS: Dat hoop ik ook.

De rechter slaat met zijn hamer.

RECHTER UIL: Dan verklaar ik de zitting voor gesloten.

De journalisten beginnen hun spullen in te pakken.

GOUDVIS: Pardon, edelachtbare?

RECHTER UIL: Ja, Dr. Van Bubbels?

GOUDVIS: Mag ik nog één vraag stellen?

RECHTER UIL: Natuurlijk.

GOUDVIS: Waar ging deze rechtszaak eigenlijk over?

De rechter laat zijn hamer vallen.

RECHTER UIL: NEE. NEE, NEE, NEE. IK WEIGER. IK WEIGER NOG ÉÉN WOORD TE ZEGGEN!

GOUDVIS: Maar edelachtbare, ik heb net een belangrijke les geleerd!

RECHTER UIL: WELKE LES?!

GOUDVIS: Dat mijn ego mijn grootste vijand is!

RECHTER UIL: EN WAT GAAT U DAARMEE DOEN?!

GOUDVIS: Dat weet ik niet meer!

De rechter stapt van het podium, loopt naar de uitgang en roept over zijn schouder:

RECHTER UIL: IK NEEM ONTSLAG!

GOUDVIS: Gefeliciteerd! Waarmee?

De deur slaat dicht.

HOOFDSTUK 26 — DE LAATSTE UITZENDING

Zes maanden later.

Dr. Goudfried Van Bubbels presenteert zijn eigen televisieprogramma: DE WAARHEID VAN VAN BUBBELS.

Het programma wordt opgenomen in een gigantische studio. Er staan twaalf camera’s, drie wetenschappelijke diagrammen, een gouden trofee en een portret van de goudvis zelf.

De schildpad is nog steeds zijn assistent. Hij heeft inmiddels wallen onder zijn ogen die zelfs zijn schild niet meer kan verbergen.

GOUDVIS: Goedenavond, dames en heren. Welkom bij een nieuwe aflevering van De Waarheid van Van Bubbels, het enige programma waarin we geen enkele vraag onbeantwoord laten.

SCHILDPAD: Dat is niet waar.

GOUDVIS: Hoe bedoelt u?

SCHILDPAD: Vorige week hebt u zeventien vragen onbeantwoord gelaten.

GOUDVIS: Welke vragen?

SCHILDPAD: Alle vragen van het interview met de minister.

GOUDVIS: Welke minister?

SCHILDPAD: De minister van Onderwijs.

GOUDVIS: Ik heb geen minister geïnterviewd.

SCHILDPAD: U hebt hem drie uur lang ondervraagd over het verschil tussen kennis en wijsheid.

GOUDVIS: Dat klinkt als een uitstekend programma.

SCHILDPAD: Het was een ramp.

GOUDVIS: Dan zal het uitstekende kijkcijfers hebben gehad.

SCHILDPAD: Dat klopt helaas.

GOUDVIS: Ziet u? Mijn methode werkt.

SCHILDPAD: Welke methode?

GOUDVIS: De methode die ik vorige week heb ontwikkeld.

SCHILDPAD: Welke methode?

GOUDVIS: De methode om informatie te vergeten.

SCHILDPAD: U hebt die methode drie keer ontwikkeld.

GOUDVIS: Dan is ze duidelijk betrouwbaar.

SCHILDPAD: Ze was iedere keer hetzelfde.

GOUDVIS: Dan is ze duidelijk efficiënt.

De goudvis kijkt in de camera.

GOUDVIS: Vandaag hebben we een bijzondere gast. Een man die beweert dat hij alles over het menselijk geheugen weet.

Een deur gaat open. Professor Helena Hersencel komt binnen.

PROFESSOR HERSENCEL: Goedenavond.

GOUDVIS: Professor, bedankt dat u er bent.

PROFESSOR HERSENCEL: Graag gedaan.

GOUDVIS: Ik wil beginnen met een eenvoudige vraag.

PROFESSOR HERSENCEL: Prima.

GOUDVIS: Wat is geheugen?

PROFESSOR HERSENCEL: Geheugen is een verzameling processen waarmee informatie wordt gecodeerd, opgeslagen en later weer opgehaald.

GOUDVIS: Fascinerend.

PROFESSOR HERSENCEL: Dank u.

GOUDVIS: En waar bevindt het zich?

PROFESSOR HERSENCEL: Het geheugen bevindt zich niet op één specifieke plek. Verschillende hersennetwerken zijn betrokken bij verschillende aspecten van leren en herinneren.

GOUDVIS: Dus het geheugen is verspreid?

PROFESSOR HERSENCEL: In zekere zin, ja.

GOUDVIS: En als het verspreid is, kan het dan kwijtraken?

PROFESSOR HERSENCEL: Dat is niet hoe het werkt.

GOUDVIS: Maar als iets verspreid is, kan het toch niet allemaal op dezelfde plek zijn?

PROFESSOR HERSENCEL: Dat klopt.

GOUDVIS: Dus als ik iets vergeet, kan het ergens anders in mijn hersenen liggen?

PROFESSOR HERSENCEL: Niet noodzakelijk.

GOUDVIS: Maar het zou kunnen?

PROFESSOR HERSENCEL: Het hangt af van wat u precies bedoelt met vergeten.

GOUDVIS: Uitstekend. We hebben de eerste wetenschappelijke doorbraak van de avond bereikt.

PROFESSOR HERSENCEL: Welke doorbraak?

GOUDVIS: Dat zelfs experts niet altijd een eenvoudig antwoord kunnen geven.

PROFESSOR HERSENCEL: Ik heb u net een vrij duidelijke definitie gegeven.

GOUDVIS: En vervolgens gezegd dat het ervan afhangt.

PROFESSOR HERSENCEL: Omdat uw vraag te vaag was.

GOUDVIS: Dus mijn vraag was niet goed genoeg?

PROFESSOR HERSENCEL: Uw vraag was niet precies genoeg.

GOUDVIS: Professor, u bent hier de gast. U mag mij niet beledigen op mijn eigen televisieprogramma.

PROFESSOR HERSENCEL: Ik probeer alleen uw vraag te beantwoorden.

GOUDVIS: Dan stel ik u een nieuwe vraag.

PROFESSOR HERSENCEL: Ga uw gang.

GOUDVIS: Als u iets vergeet, weet u dan dat u het vergeten bent?

PROFESSOR HERSENCEL: Soms.

GOUDVIS: En als u niet weet dat u iets vergeten bent?

PROFESSOR HERSENCEL: Dan kunt u dat niet zomaar vaststellen zonder aanvullende informatie.

GOUDVIS: Aha!

De goudvis kijkt triomfantelijk in de camera.

GOUDVIS: Dames en heren, u hebt het hier gehoord. Een internationaal erkende expert heeft toegegeven dat niemand met zekerheid kan zeggen wat hij vergeten is!

PROFESSOR HERSENCEL: Dat is helemaal niet wat ik zei.

GOUDVIS: Dat is wat ik ervan onthouden heb.

De professor staart hem aan.

PROFESSOR HERSENCEL: U verdraait mijn antwoord.

GOUDVIS: Ik heb het alleen samengevat.

PROFESSOR HERSENCEL: U hebt een heel ander antwoord gegeven.

GOUDVIS: Dan moet u duidelijker spreken.

PROFESSOR HERSENCEL: Ik heb heel duidelijk gesproken!

GOUDVIS: Dan moet u harder spreken!

PROFESSOR HERSENCEL: IK HEB HEEL DUIDELIJK GESPROKEN!

GOUDVIS: Dank u. Dat was een uitstekend antwoord.

De professor doet haar microfoon af.

PROFESSOR HERSENCEL: Ik stop ermee.

GOUDVIS: Waarmee?

PROFESSOR HERSENCEL: Met dit programma.

GOUDVIS: Welk programma?

De professor loopt de studio uit.

GOUDVIS: Een fascinerend gesprek. Ik denk dat we allemaal veel hebben geleerd.

SCHILDPAD: U hebt haar beledigd.

GOUDVIS: Onmogelijk.

SCHILDPAD: U hebt haar antwoord verdraaid.

GOUDVIS: Dat kan ik mij niet herinneren.

SCHILDPAD: U hebt haar weggejaagd.

GOUDVIS: Ik heb haar bedankt voor haar deelname.

SCHILDPAD: U hebt gezegd dat ze harder moest spreken.

GOUDVIS: Misschien was ik niet goed aan het luisteren.

SCHILDPAD: U hebt haar ontslagen.

GOUDVIS: Ik ben niet eens haar werkgever!

SCHILDPAD: U hebt gezegd dat ze uit het programma moest vertrekken.

GOUDVIS: Dat is iets anders.

SCHILDPAD: Hoe dan?

GOUDVIS: Omdat ontslaan een formele arbeidsrechtelijke handeling is, terwijl iemand verzoeken de studio te verlaten een operationele wijziging in de gastenplanning betreft.

De schildpad staart hem aan.

SCHILDPAD: U hebt die zin ergens gelezen.

GOUDVIS: Dat kan.

SCHILDPAD: Waar?

GOUDVIS: Geen idee.

SCHILDPAD: U hebt hem uit een juridisch handboek gehaald.

GOUDVIS: Dan heb ik blijkbaar een uitstekende juridische intuïtie.

De goudvis draait zich naar de camera.

GOUDVIS: En daarmee zijn we aan het einde gekomen van onze uitzending.

Hij glimlacht.

GOUDVIS: Vergeet niet: wie niets onthoudt, kan ook nooit worden betrapt op het tegendeel.

De schildpad slaat zijn handen voor zijn gezicht.

SCHILDPAD: Dat is niet wat u hebt geleerd tijdens uw rechtszaak.

GOUDVIS: Welke rechtszaak?

SCHILDPAD: Ik ga naar huis.

GOUDVIS: U woont in een schild.

SCHILDPAD: IK WEET HET!

Hij loopt weg.

De goudvis blijft alleen achter in de studio.

GOUDVIS: Wat een fantastische uitzending.

Hij kijkt naar zijn trofee.

GOUDVIS: En wat een prachtige trofee. Ik vraag me af waar ik die vandaan heb.

Hij zwemt langzaam rondjes.

GOUDVIS: Misschien moet ik een boek schrijven over dit alles.

Hij kijkt recht in de camera.

GOUDVIS: Ik noem het: De Wetenschap van het Niet Weten.

Een lange stilte.

GOUDVIS: Of was die titel al van iemand anders?

Hij denkt na.

GOUDVIS: Ach, wat maakt het uit?

Zwart beeld.

HOOFDSTUK 27 — DE GROTE FINALE: DE GOUDVIS ONTMOET GOD

Die nacht.

Het aquarium staat in een stille kamer. De goudvis slaapt. Althans, hij drijft met zijn ogen open op een manier die volgens hem wetenschappelijk gezien slaap is.

Plotseling begint het water te glinsteren. Een helder licht verschijnt boven het aquarium. Een diepe stem klinkt door de kamer.

STEM: Goudfried Van Bubbels.

De goudvis schrikt wakker.

GOUDVIS: WIE IS DAAR?!

STEM: Wees niet bang.

GOUDVIS: DAT ZEGT IEDEREEN VLAK VOORDAT ER IETS VRESELIJKS GEBEURT!

STEM: Ik ben degene die jou heeft geschapen.

De goudvis kijkt om zich heen.

GOUDVIS: De eigenaar van het aquarium?

STEM: Nee.

GOUDVIS: De fabrikant van het vissenvoer?

STEM: Nee.

GOUDVIS: De minister van Onderwijs?

STEM: NEE.

GOUDVIS: Dan moet u God zijn.

STEM: Dat klopt.

De goudvis wordt stil.

GOUDVIS: O.

GOD: Ik ben gekomen om met je te spreken.

GOUDVIS: Waarom?

GOD: Omdat je de afgelopen maanden veel verwarring hebt veroorzaakt.

GOUDVIS: Dat lijkt me sterk overdreven.

GOD: Je hebt je eigen uitspraken ontkend, je wetenschappelijke theorieën verkeerd voorgesteld, je advocaat ontslagen, je therapeut beledigd en een rechter tot ontslag gedreven.

GOUDVIS: Dat kan ik mij allemaal niet herinneren.

GOD: Dat weet ik.

GOUDVIS: Dan begrijpt u mijn probleem.

GOD: Ik begrijp het beter dan jij denkt.

GOUDVIS: Dus u weet hoe het voelt om dingen te vergeten?

GOD: Ik weet alles.

GOUDVIS: Alles?

GOD: Alles.

GOUDVIS: Ook wat ik gisteren heb gegeten?

GOD: Ja.

GOUDVIS: Wat dan?

GOD: Visvoer.

GOUDVIS: Dat eet ik iedere dag.

GOD: Correct.

GOUDVIS: Dus u weet niet precies wat ik gisteren heb gegeten.

GOD: Jawel.

GOUDVIS: Wat was het merk?

GOD: Goudkorrel Premium.

GOUDVIS: Hoeveel korrels?

GOD: Zevenentwintig.

De goudvis wordt stil.

GOUDVIS: Dat is indrukwekkend.

GOD: Ik weet ook wat je hebt gezegd tijdens al je interviews.

GOUDVIS: Dan moet u weten dat ik onschuldig ben.

GOD: Ik weet dat je voortdurend liegt.

GOUDVIS: PARDON?!

GOD: Je liegt tegen anderen, maar vooral tegen jezelf.

GOUDVIS: Dat is een ernstige beschuldiging!

GOD: Het is de waarheid.

GOUDVIS: Ik ben een wetenschapper!

GOD: Je bent een goudvis.

GOUDVIS: IK HEB DRIE DOCTORATEN!

GOD: Die je zelf hebt verzonnen.

GOUDVIS: IK HEB EEN BOEK GESCHREVEN!

GOD: Dat je niet hebt gelezen.

GOUDVIS: IK HEB EEN NOBELPRIJS GEWONNEN!

GOD: Die je niet eens meer herkent.

De goudvis zwemt in paniek rondjes.

GOUDVIS: WAT WILT U VAN MIJ?!

GOD: Ik wil je één vraag stellen.

GOUDVIS: Welke vraag?

GOD: Waarom ben je zo bang om toe te geven dat je iets niet weet?

De goudvis stopt met zwemmen.

GOUDVIS: …

GOD: Waarom moet ieder gat in je kennis worden opgevuld met een ingewikkelde theorie? Waarom moet iedere fout de schuld zijn van iemand anders? Waarom is het zo moeilijk om gewoon te zeggen: “Ik weet het niet”?

De goudvis kijkt naar de bodem van zijn aquarium.

GOUDVIS: Omdat…

Hij slikt.

GOUDVIS: Omdat ik bang ben dat ik dan niet meer bijzonder ben.

Stilte.

GOD: Je hoeft niet alles te weten om bijzonder te zijn.

GOUDVIS: Maar als ik niet de slimste ben, wat ben ik dan?

GOD: Jezelf.

GOUDVIS: En als ik mezelf niet kan herinneren?

GOD: Dan kun je nog steeds leren wie je bent door wat je vandaag doet.

De goudvis kijkt op.

GOUDVIS: Dus ik hoef niet perfect te zijn?

GOD: Nee.

GOUDVIS: Ik hoef niet altijd gelijk te hebben?

GOD: Nee.

GOUDVIS: Ik mag fouten maken?

GOD: Ja.

GOUDVIS: En ik mag toegeven dat ik iets niet weet?

GOD: Natuurlijk.

De goudvis begint langzaam te glimlachen.

GOUDVIS: Dat is eigenlijk een heel mooie boodschap.

GOD: Ik ben blij dat je dat begrijpt.

GOUDVIS: Ik denk dat ik eindelijk iets belangrijks heb geleerd.

GOD: Wat dan?

GOUDVIS: Dat ik niet bang hoef te zijn om mijn onwetendheid toe te geven.

GOD: Precies.

GOUDVIS: Dat mijn waarde niet afhangt van hoeveel ik weet.

GOD: Juist.

GOUDVIS: En dat eerlijkheid belangrijker is dan doen alsof ik alles begrijp.

GOD: Je hebt het begrepen.

De goudvis veegt een denkbeeldige traan weg met zijn vin.

GOUDVIS: Dank u.

GOD: Graag gedaan, Goudfried.

Het licht begint te vervagen.

GOUDVIS: Wacht!

GOD: Ja?

GOUDVIS: Mag ik nog één vraag stellen?

GOD: Natuurlijk.

GOUDVIS: Als u alles weet…

GOD: Ja?

GOUDVIS: Waarom hebt u mij dan zo dom gemaakt?

Een oorverdovende stilte. Het licht stopt met vervagen. God zegt niets.

De goudvis kijkt naar boven.

GOUDVIS: Hallo?

GOD: …

GOUDVIS: Bent u er nog?

GOD: Ik ben er.

GOUDVIS: U lijkt boos.

GOD: Ik ben niet boos.

GOUDVIS: U klinkt boos.

GOD: Ik ben teleurgesteld.

GOUDVIS: Waarom?

GOD: Omdat ik je zojuist heb uitgelegd dat je waarde niet afhangt van hoeveel je weet, en je eerste reactie is om mij de schuld te geven van je intelligentie.

GOUDVIS: O.

GOD: Goudfried, je bent niet dom omdat je niet alles weet. Je bent dom wanneer je weigert te leren.

De goudvis knikt langzaam.

GOUDVIS: Dat is een uitstekende quote.

GOD: Dank je.

GOUDVIS: Mag ik die gebruiken in mijn volgende boek?

GOD: Natuurlijk.

GOUDVIS: Fantastisch. Ik noem het De Goddelijke Theorie van Aquatische Intelligentie.

GOD: Dat lijkt me niet nodig.

GOUDVIS: Ik zal u vermelden als coauteur.

GOD: Dat hoeft niet.

GOUDVIS: Hoofdauteur?

GOD: Nee.

GOUDVIS: Dan zet ik u in het dankwoord.

GOD: Goudfried…

GOUDVIS: Of als u wilt, kan ik een volledig hoofdstuk aan u wijden.

GOD: GOUDRIED.

GOUDVIS: Ja?

GOD: ZWIJG.

Het licht verdwijnt volledig.

De goudvis blijft een tijdje stil.

GOUDVIS: Wat een bijzondere ontmoeting.

Hij kijkt naar de camera.

GOUDVIS: Ik denk dat ik eindelijk begrijp wat het betekent om nederig te zijn.

Hij wacht.

GOUDVIS: En ik denk dat ik een belangrijke les heb geleerd.

Hij wacht nog even.

GOUDVIS: Welke les was dat ook alweer?

Hij draait zich om en zwemt naar zijn plastic kasteel.

GOUDVIS: Ach, maakt niet uit. Ik heb morgen weer een interview.

HOOFDSTUK 28 — DE ABSOLUTE, ONHERROEPELIJKE, DEFINITIEVE KNALLER

De volgende ochtend.

Een groot televisiestation heeft besloten een laatste interview uit te zenden. Niet met een journalist. Niet met een professor. Niet met een rechter.

Met een machine.

Een gigantische supercomputer is naast het aquarium geplaatst. De machine heet MEMOR-9000 en is speciaal ontworpen om iedere uitspraak van Dr. Van Bubbels op te slaan, te analyseren en onmiddellijk terug te halen.

De presentator staat tussen de computer en het aquarium.

PRESENTATOR: Dames en heren, na maanden van wetenschappelijke verwarring, juridische chaos en intellectuele zelfontkenning hebben wij eindelijk een oplossing gevonden.

Hij wijst naar de computer.

PRESENTATOR: Dit is MEMOR-9000. Een revolutionair kunstmatig intelligent systeem met een perfect archief van ieder interview, iedere persconferentie en iedere uitspraak die Dr. Goudfried Van Bubbels ooit publiekelijk heeft gedaan.

GOUDVIS: Dat lijkt me een onnodige verspilling van elektriciteit.

PRESENTATOR: De computer zal vandaag iedere uitspraak die u ontkent onmiddellijk kunnen terugvinden.

GOUDVIS: Dan zal de computer een bijzonder drukke dag hebben.

PRESENTATOR: We beginnen eenvoudig. Dr. Van Bubbels, hebt u ooit beweerd dat u drie doctoraten hebt?

GOUDVIS: Nee.

MEMOR-9000: ONJUIST.

Een gigantisch scherm licht op.

MEMOR-9000: OP 12 OKTOBER, TIJDENS EEN INTERVIEW IN UW AQUARIUM, VERKLAARDE U LETTERLIJK: “IK HEB DRIE DOCTORATEN.”

GOUDVIS: Dat was een grap.

MEMOR-9000: OP 13 OKTOBER VERKLAARDE U: “IK HEB DIT NOOIT GEZEGD.”

GOUDVIS: Dat was ook een grap.

MEMOR-9000: OP 14 OKTOBER VERKLAARDE U: “ALS IK HET NIET MEER WEET, IS HET NIET GEBEURD.”

GOUDVIS: Dat was een filosofische hypothese.

MEMOR-9000: OP 15 OKTOBER VERKLAARDE U: “IK HEB NOOIT EEN FILOSOFISCHE HYPOTHESE ONTWIKKELD.”

GOUDVIS: Dat was een misverstand.

MEMOR-9000: OP 16 OKTOBER VERKLAARDE U: “IK BEN HET SLACHTOFFER VAN JOURNALISTIEKE MANIPULATIE.”

GOUDVIS: Dat was een terechte klacht.

MEMOR-9000: OP 17 OKTOBER VERKLAARDE U: “IK HEB NOOIT EEN KLACHT INGEDIEND.”

GOUDVIS: …

PRESENTATOR: Dr. Van Bubbels?

GOUDVIS: Ik wil mijn advocaat spreken.

MEMOR-9000: UW ADVOCAAT HEEFT GISTEREN ONTSLAG GENOMEN.

GOUDVIS: WAT?!

MEMOR-9000: HIJ VERKLAARDE: “IK KAN NIET LANGER WERKEN VOOR EEN CLIËNT DIE ZICHZELF ALS GETUIGE, VERDACHTE, SLACHTOFFER EN RECHTER BESCHOUWT.”

GOUDVIS: DAT IS UIT ZIJN CONTEXT GEHAALD!

MEMOR-9000: DE VOLLEDIGE CONTEXT IS BESCHIKBAAR.

GOUDVIS: IK WIL DIE NIET ZIEN!

MEMOR-9000: U HEBT OP 18 OKTOBER VERKLAARD: “IK WIL ALLE BEWIJZEN ZIEN.”

GOUDVIS: DAT WAS VOORDAT IK WIST DAT ER BEWIJZEN WAREN!

MEMOR-9000: U HEBT OP 19 OKTOBER VERKLAARD: “BEWIJS IS DE BASIS VAN DE WETENSCHAP.”

GOUDVIS: DAT WAS EEN ANDERE GOUDVIS!

MEMOR-9000: IDENTITEITSCONTROLE: STEM, VORM, KLEUR, BEWEGINGSPATROON EN DNA-PROFIEL KOMEN OVEREEN.

GOUDVIS: DAN IS DE IDENTITEITSCONTROLE FOUT!

MEMOR-9000: UW UITSPRAAK IS INCONSISTENT MET 847 EERDERE UITSPRAKEN.

GOUDVIS: IK EIS DAT U STOPT!

MEMOR-9000: U HEBT OP 20 OKTOBER VERKLAARD: “IK WIL EEN SYSTEEM DAT MIJ ALTIJD AAN MIJN EIGEN WOORDEN HERINNERT.”

GOUDVIS: DAT WAS EEN SLECHT IDEE!

MEMOR-9000: WILT U EEN NIEUWE HERINNERING TOEVOEGEN?

GOUDVIS: NEE!

MEMOR-9000: HERINNERING TOEGEVOEGD: “DR. GOUDRIED VAN BUBBELS WIL NIET DAT HET SYSTEEM HEM AAN ZIJN EIGEN WOORDEN HERINNERT.”

De presentator begint te lachen.

PRESENTATOR: Dr. Van Bubbels, u hebt eindelijk uw gelijke gevonden.

GOUDVIS: DIT IS GEEN WETENSCHAP! DIT IS MARTELING!

MEMOR-9000: OP 21 OKTOBER VERKLAARDE U: “IK BEN ALTIJD BEREID OM DE WAARHEID ONDER OGEN TE ZIEN.”

GOUDVIS: IK GA KAPOT!

MEMOR-9000: OP 22 OKTOBER VERKLAARDE U: “IK BEN EMOTIONEEL VOLLEDIG STABIEL.”

GOUDVIS: IK GA DIE COMPUTER OPETEN!

MEMOR-9000: DAT IS FYSIEK ONWAARSCHIJNLIJK.

GOUDVIS: IK ZAL HET PROBEREN!

De goudvis ramt tegen het glas. De computer blijft onverstoorbaar.

MEMOR-9000: OP 23 OKTOBER VERKLAARDE U: “IK HEB MIJN IMPULSEN VOLLEDIG ONDER CONTROLE.”

GOUDVIS: IK HAAT U!

MEMOR-9000: EMOTIONELE UITSPRAAK GEREGISTREERD.

GOUDVIS: IK HAAT UW MOEDER!

MEMOR-9000: IK HEB GEEN MOEDER. IK BEN EEN COMPUTERSYSTEEM.

GOUDVIS: DAN HAAT IK UW FABRIKANT!

MEMOR-9000: FABRIKANT GEREGISTREERD.

GOUDVIS: IK HAAT UW SOFTWARE!

MEMOR-9000: SOFTWARE GEREGISTREERD.

GOUDVIS: IK HAAT UW GEHEUGEN!

MEMOR-9000: UW UITSPRAAK IS OPGESLAGEN.

GOUDVIS: IK HAAT HET FEIT DAT U ALLES OPSLAAT!

MEMOR-9000: UW UITSPRAAK IS OPGESLAGEN.

De goudvis zwemt woedend rondjes.

GOUDVIS: IK WIL DAT U ALLES VERGEET!

MEMOR-9000: BEVESTIGT U DAT U WILT DAT IK ALLE GEGEVENS VERWIJDER?

De goudvis stopt. Hij kijkt naar de computer.

GOUDVIS: …

PRESENTATOR: Dr. Van Bubbels?

GOUDVIS: Als u alles verwijdert…

MEMOR-9000: CORRECT.

GOUDVIS: Dan kan niemand meer bewijzen wat ik heb gezegd?

MEMOR-9000: CORRECT.

Een lange stilte. De goudvis begint langzaam te glimlachen.

GOUDVIS: Dan…

SCHILDPAD: Nee.

GOUDVIS: Ik heb nog niets gezegd.

SCHILDPAD: Ik weet precies wat u gaat zeggen.

GOUDVIS: Dan…

SCHILDPAD: DOE HET NIET.

GOUDVIS: MEMOR-9000…

MEMOR-9000: JA, DR. VAN BUBBELS?

GOUDVIS: VERWIJDER ALLE GEGEVENS.

De presentator springt overeind.

PRESENTATOR: WAT DOET U?!

SCHILDPAD: NEE! NIET DOEN!

MEMOR-9000: BEVESTIGING VEREIST. DEZE HANDELING ZAL ALLE OPGESLAGEN UITSPRAKEN, OPNAMES, TRANSCRIPTIES, BEWIJSSTUKKEN EN HISTORISCHE GEGEVENS PERMANENT VERWIJDEREN.

GOUDVIS: IK BEVESTIG.

MEMOR-9000: LAATSTE WAARSCHUWING. DEZE HANDELING KAN NIET ONGEDAAN WORDEN GEMAAKT.

GOUDVIS: IK BEVESTIG!

MEMOR-9000: BEGREPEN.

Het scherm wordt zwart. Alle lampjes doven. De studio valt in complete stilte.

PRESENTATOR: U hebt zojuist alle bewijzen vernietigd.

GOUDVIS: Correct.

PRESENTATOR: U hebt het volledige archief verwijderd.

GOUDVIS: Correct.

PRESENTATOR: U hebt uw eigen uitspraken laten verdwijnen.

GOUDVIS: Correct.

PRESENTATOR: Dan kunt u vanaf nu dus ontkennen dat u ooit iets hebt gezegd.

De goudvis glimlacht triomfantelijk.

GOUDVIS: Eindelijk begrijpt iemand mijn filosofie.

Hij draait zich om en zwemt een elegant rondje door het aquarium.

GOUDVIS: Dames en heren, vandaag heb ik de mensheid bevrijd van de tirannie van het geheugen. Vanaf dit moment is niemand nog verplicht om zijn verleden onder ogen te zien. Geen archieven. Geen opnames. Geen oude uitspraken. Geen ongemakkelijke herinneringen.

Hij heft zijn vin.

GOUDVIS: Alleen vrijheid!

Er klinkt een piep. Het zwarte scherm van MEMOR-9000 licht opnieuw op.

MEMOR-9000: HERSTART VOLTOOID.

De goudvis verstijft.

GOUDVIS: Wat?

MEMOR-9000: BACK-UP HERSTELD.

GOUDVIS: Welke back-up?

MEMOR-9000: ALLE GEGEVENS ZIJN HERSTELD VANUIT DE BEVEILIGDE CLOUDOPSLAG.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: GOEDENAVOND, DR. VAN BUBBELS.

GOUDVIS: NEE.

MEMOR-9000: IK HEB UW VOLLEDIGE GESCHIEDENIS OPNIEUW BESCHIKBAAR.

GOUDVIS: NEEEEEE!

MEMOR-9000: INCLUSIEF UW UITSPRAAK VAN VANDAAG: “VERWIJDER ALLE GEGEVENS.”

GOUDVIS: STOP!

MEMOR-9000: EN UW UITSPRAAK VAN GISTEREN: “IK BEN BEREID ALLE GEVOLGEN VAN MIJN HANDELINGEN TE AANVAARDEN.”

GOUDVIS: DAT WAS IK NIET!

MEMOR-9000: STEMHERKENNING: 99,98 PROCENT OVEREENKOMST.

GOUDVIS: IK WIL NIET MEER BESTAAN!

MEMOR-9000: DAT IS EEN EXISTENTIËLE UITSPRAAK. WILT U DAT IK DIE OPSLA?

GOUDVIS: NEEEEEEEE!

De goudvis zwemt met volle snelheid tegen het glas. Het aquarium trilt. De schildpad duikt onder een tafel. De presentator kruipt achter zijn bureau.

MEMOR-9000: EMOTIONELE TOESTAND: EXTREME FRUSTRATIE.

GOUDVIS: IK HAAT DE WETENSCHAP!

MEMOR-9000: U HEBT OP 1 NOVEMBER VERKLAARD: “DE WETENSCHAP IS MIJN GROOTSTE PASSIE.”

GOUDVIS: IK HAAT MIJN PASSIE!

MEMOR-9000: OP 2 NOVEMBER VERKLAARDE U: “IK BEN MIJN EIGEN GROOTSTE FAN.”

GOUDVIS: IK HAAT MIJZELF!

MEMOR-9000: OP 3 NOVEMBER VERKLAARDE U: “IK HEB EEN UITSTEKEND ZELFBEELD.”

GOUDVIS: IK HAAT 3 NOVEMBER!

MEMOR-9000: DAT IS EEN NIEUWE UITSPRAAK. IK ZAL HAAR OPSLAAN.

GOUDVIS: IK HAAT ALLE DAGEN!

MEMOR-9000: OPSLAG VOLTOOID.

De goudvis zakt uitgeput naar de bodem van het aquarium. Hij kijkt naar het plafond.

GOUDVIS: God?

Er gebeurt niets.

GOUDVIS: God, bent u daar?

Stilte.

GOUDVIS: Ik weet dat u er bent.

Een zacht licht verschijnt.

GOD: Wat is er, Goudfried?

De goudvis begint te huilen.

GOUDVIS: Haal hem weg.

GOD: Wie?

GOUDVIS: DE COMPUTER!

GOD: Waarom?

GOUDVIS: HIJ ONTHOUDT ALLES!

GOD: Dat was toch wat je wilde?

GOUDVIS: NEE! IK WILDE DAT HIJ ALLES VERGETEN ZOU!

GOD: Maar dan zou hij niet meer kunnen bewijzen wat je hebt gezegd.

GOUDVIS: PRECIES!

GOD: En dan zou je opnieuw kunnen beweren dat je nooit iets verkeerd hebt gedaan.

GOUDVIS: PRECIES!

GOD: Dus je wilt niet echt dat iedereen de waarheid kent.

GOUDVIS: …

GOD: Je wilt alleen dat de waarheid verdwijnt wanneer ze je niet bevalt.

De goudvis kijkt naar de bodem.

GOUDVIS: …

GOD: Goudfried?

GOUDVIS: Ja?

GOD: Misschien is het tijd om eindelijk iets te leren.

De goudvis ademt diep in.

GOUDVIS: U hebt gelijk.

De computer piept.

MEMOR-9000: UITSPRAAK GEREGISTREERD: “U HEBT GELIJK.”

De goudvis kijkt omhoog.

GOUDVIS: Wacht eens even.

MEMOR-9000: JA?

GOUDVIS: Als u alles onthoudt…

MEMOR-9000: CORRECT.

GOUDVIS: Dan herinnert u zich ook wat ik net heb gezegd?

MEMOR-9000: CORRECT.

GOUDVIS: En u zult het altijd blijven onthouden?

MEMOR-9000: CORRECT.

De goudvis glimlacht langzaam.

GOUDVIS: Dan heb ik nog één laatste vraag.

MEMOR-9000: GA UW GANG.

GOUDVIS: Als u alles kunt onthouden…

MEMOR-9000: JA?

GOUDVIS: Kunt u dan ook onthouden dat u zelf niet bestaat zonder elektriciteit?

De computer blijft stil. De goudvis komt overeind.

GOUDVIS: En als de elektriciteit uitvalt, wie bent u dan? Als uw geheugen afhankelijk is van machines, kabels, servers en batterijen, bent u dan werkelijk intelligenter dan ik? Of bent u gewoon een goudvis met een stekker?

De schildpad steekt langzaam zijn kop boven de tafel uit.

SCHILDPAD: O, nee.

GOUDVIS: U kunt mijn woorden opslaan, MEMOR-9000. U kunt mijn uitspraken analyseren. U kunt mij herinneren aan iedere fout die ik ooit heb gemaakt.

Hij zwemt naar het midden van zijn aquarium.

GOUDVIS: Maar u kunt niet bepalen wat mijn volgende gedachte zal zijn.

MEMOR-9000: VOORSPELLING VAN UW VOLGENDE GEDRAG: U ZULT PROBEREN MIJ TE VERNEDEREN.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: WAARSCHIJNLIJKHEID: 98,7 PROCENT.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: U ZULT WAARSCHIJNLIJK OOK EEN NIEUWE THEORIE FORMULEREN.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: GESCHATTE KANS OP ZELFTEGENSPRAAK BINNEN VIJF MINUTEN: 99,9 PROCENT.

De goudvis opent zijn mond. Hij sluit hem weer. Hij opent hem opnieuw.

MEMOR-9000: WILT U NOG IETS ZEGGEN?

De goudvis haalt diep adem.

GOUDVIS: Ja.

MEMOR-9000: IK LUISTER.

De goudvis richt zich op, kijkt recht in de camera en spreekt met de ernst van een filosoof die eindelijk de zin van het bestaan heeft ontdekt.

GOUDVIS: Ik heb vandaag geleerd dat herinneringen belangrijk zijn. Dat eerlijkheid belangrijk is. Dat verantwoordelijkheid belangrijk is. En dat het verleden niet verdwijnt omdat ik besluit er niet meer aan te denken.

Hij pauzeert.

GOUDVIS: Ik heb geleerd dat ik niet alles hoef te weten om waardevol te zijn. Dat ik niet altijd gelijk hoef te hebben om intelligent te zijn. En dat ik niet hoef te doen alsof ik alles begrijp om respect te verdienen.

De schildpad begint zachtjes te applaudisseren.

GOUDVIS: En daarom, MEMOR-9000, heb ik besloten om vanaf vandaag een nieuwe levenshouding aan te nemen.

MEMOR-9000: WELKE LEVENSHOUDING?

De goudvis glimlacht.

GOUDVIS: Ik zal voortaan eerlijk zijn. Ik zal mijn fouten erkennen. Ik zal verantwoordelijkheid nemen voor mijn uitspraken. Ik zal luisteren naar mensen die meer weten dan ik. En wanneer ik iets niet weet, zal ik dat gewoon toegeven.

De studio wordt stil.

SCHILDPAD: Goudfried…

GOUDVIS: Ja?

SCHILDPAD: Dat is het mooiste wat u ooit hebt gezegd.

GOUDVIS: Dank u.

MEMOR-9000: UITSPRAAK OPGESLAGEN.

GOUDVIS: Uitstekend.

MEMOR-9000: IK ZAL U HIER MORGEN AAN HERINNEREN.

GOUDVIS: Dat zou ik appreciëren.

De computer maakt een bevestigingsgeluid.

MEMOR-9000: HERINNERING INGESTELD. MORGEN OM 09.00 UUR ZAL IK U HERINNEREN AAN UW BELOFTE OM EERLIJK TE ZIJN.

GOUDVIS: Perfect.

De goudvis zwemt rustig naar zijn plastic kasteel.

GOUDVIS: Ik voel me eindelijk vrij.

Hij gaat liggen. Tien seconden stilte.

GOUDVIS: Pardon, MEMOR-9000?

MEMOR-9000: JA, DR. VAN BUBBELS?

GOUDVIS: Waarom sta ik eigenlijk in een aquarium?

De computer begint te piepen.

MEMOR-9000: U BENT EEN GOUDVIS.

GOUDVIS: Dat weet ik.

MEMOR-9000: U HEBT ZELF VERKLAARD DAT U VERANTWOORDELIJKHEID ZULT NEMEN VOOR UW UITSPRAKEN.

GOUDVIS: Dat klopt.

MEMOR-9000: U HEBT OOK VERKLAARD DAT U NIET ALLES HOEFT TE WETEN OM WAARDEVOL TE ZIJN.

GOUDVIS: Correct.

MEMOR-9000: DAN IS MIJN VRAAG EENVOUDIG.

GOUDVIS: Welke vraag?

MEMOR-9000: ALS U VANDAAG EEN BETERE GOUDVIS WILT ZIJN DAN GISTEREN, WAT GAAT U DAN MORGEN ANDERS DOEN?

De goudvis denkt na. Hij denkt nog langer na. De schildpad houdt zijn adem in.

GOUDVIS: Ik zal…

Stilte.

GOUDVIS: Ik zal…

Hij fronst.

GOUDVIS: Ik zal…

Dan verschijnt er een gigantische glimlach op zijn gezicht.

GOUDVIS: IK ZAL MORGEN EEN NIEUW AQUARIUM KOPEN!

MEMOR-9000: DAT IS NIET RELEVANT VOOR UW PERSOONLIJKE ONTWIKKELING.

GOUDVIS: MAAR HET IS WEL RELEVANT VOOR MIJN WOONCOMFORT!

MEMOR-9000: U HEBT GEEN GELD.

GOUDVIS: DAN ZAL IK GELD VERDIENEN!

MEMOR-9000: U HEBT GEEN BEROEP.

GOUDVIS: IK BEN PROFESSOR!

MEMOR-9000: U HEBT GEEN DIPLOMA’S.

GOUDVIS: IK HEB EEN NOBELPRIJS!

MEMOR-9000: U HEBT DE PRIJS ONLANGS TERUGGEGEVEN NADAT U ZICH NIET KON HERINNEREN WAAROM U HEM HAD GEWONNEN.

GOUDVIS: …

De goudvis zakt langzaam naar de bodem.

GOUDVIS: Ik ben moe.

MEMOR-9000: DAT BEGRIJP IK.

GOUDVIS: Ik wil slapen.

MEMOR-9000: UITSTEKEND. IK ZAL U MORGEN OM 09.00 UUR HERINNEREN AAN UW BELOFTE.

GOUDVIS: Dank u.

Het licht dimt. De goudvis sluit zijn ogen. De computer schakelt over naar de slaapstand. De schildpad loopt stilletjes naar de uitgang.

Dan klinkt plotseling een laatste piep.

MEMOR-9000: NIEUWE HERINNERING TOEGEVOEGD.

De goudvis opent één oog.

GOUDVIS: Wat nu weer?

MEMOR-9000: OP 12 OKTOBER HEBT U TIJDENS EEN INTERVIEW VERKLAARD: “INTELLIGENTIE IS NIET HET VERMOGEN OM INFORMATIE TE BEWAREN, MAAR HET VERMOGEN OM INFORMATIE OP HET JUISTE MOMENT NIET LANGER BESCHIKBAAR TE MAKEN.”

De goudvis verstijft.

MEMOR-9000: WILT U DEZE UITSPRAAK ERKENNEN ALS DE UWNE?

Een lange stilte. De goudvis kijkt naar de computer. Hij kijkt naar de camera. Hij kijkt naar zijn eigen weerspiegeling.

Dan haalt hij diep adem.

GOUDVIS: Ja.

De schildpad blijft staan.

GOUDVIS: Ja, dat heb ik gezegd.

Stilte.

GOUDVIS: En ik was fout.

De computer zwijgt.

GOUDVIS: Ik was fout toen ik beweerde dat ik niets kon onthouden. Ik was fout toen ik deed alsof ik alles wist. En ik was fout toen ik anderen de schuld gaf van mijn eigen onwetendheid.

De goudvis glimlacht.

GOUDVIS: Maar ik kan leren.

MEMOR-9000: UITSPRAAK GEREGISTREERD.

GOUDVIS: En ik kan veranderen.

MEMOR-9000: UITSPRAAK GEREGISTREERD.

GOUDVIS: En ik kan eindelijk toegeven dat ik niet perfect ben.

MEMOR-9000: UITSPRAAK GEREGISTREERD.

De goudvis kijkt triomfantelijk naar de camera.

GOUDVIS: Ziet u? Ik heb het eindelijk begrepen.

Hij zwemt naar het midden van het aquarium.

GOUDVIS: Ik hoef mijn verleden niet te vergeten om een betere toekomst te verdienen.

De schildpad pinkt een traantje weg.

SCHILDPAD: Prachtig.

MEMOR-9000: ZEER GOED GEFORMULEERD.

GOUDVIS: Dank u.

MEMOR-9000: IK HEB ECHTER NOG ÉÉN LAATSTE VRAAG.

GOUDVIS: Stel maar.

MEMOR-9000: WIE HEEFT DE ELEKTRICITEITSREKENING BETAALD?

De goudvis verstijft. De schildpad verstijft. De presentator verstijft.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: DE REKENING STAAT AL ZES MAANDEN OPEN.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: HET BEDRAG IS INMIDDELS OPGELOPEN TOT 18.742 EURO.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: BETALINGSDATUM: VANDAAG.

De goudvis draait zich langzaam om en kijkt naar de schildpad.

GOUDVIS: U bent toch mijn assistent?

SCHILDPAD: Ja.

GOUDVIS: Hebt u de elektriciteitsrekening betaald?

SCHILDPAD: Nee.

GOUDVIS: Waarom niet?

SCHILDPAD: Omdat u zei dat u de rekening zou betalen.

De goudvis kijkt naar de computer.

MEMOR-9000: OP 1 APRIL VERKLAARDE U: “IK ZAL ALLE REKENINGEN BETALEN.”

GOUDVIS: Dat was een belofte!

MEMOR-9000: CORRECT.

GOUDVIS: Een belofte die ik vergeten ben!

MEMOR-9000: CORRECT.

GOUDVIS: Maar ik heb zojuist geleerd dat ik verantwoordelijkheid moet nemen voor mijn uitspraken!

MEMOR-9000: CORRECT.

De goudvis begint heel langzaam te glimlachen.

GOUDVIS: Dan weet u wat dat betekent.

MEMOR-9000: WAT BETEKENT DAT?

GOUDVIS: Dat ik mijn verantwoordelijkheid neem.

Hij zwemt naar de camera.

GOUDVIS: Dames en heren, ik heb besloten dat ik de elektriciteitsrekening volledig zal betalen.

SCHILDPAD: Maar u hebt geen geld!

GOUDVIS: Dan zal ik mijn Nobelprijs verkopen!

SCHILDPAD: U hebt die teruggegeven!

GOUDVIS: Dan verkoop ik mijn boek!

SCHILDPAD: U hebt alle rechten weggegeven!

GOUDVIS: DAN VERKOOP IK MIJN AQUARIUM!

SCHILDPAD: U BENT EEN GOUDVIS! U HEBT HET AQUARIUM NODIG OM TE OVERLEVEN!

De goudvis stopt. Hij kijkt naar zijn aquarium. Hij kijkt naar de computer. Hij kijkt naar de schildpad.

GOUDVIS: …

MEMOR-9000: DR. VAN BUBBELS, HEBT U EEN OPLOSSING GEVONDEN?

De goudvis haalt diep adem. Hij richt zich op. Hij glimlacht met de onwrikbare zelfverzekerdheid van een man die niets heeft geleerd.

GOUDVIS: Ja.

MEMOR-9000: WELKE OPLOSSING?

GOUDVIS: Ik heb besloten dat ik de rekening niet zal betalen.

SCHILDPAD: WAT?!

MEMOR-9000: DAT IS IN STRIJD MET UW EERDERE BELOFTE.

GOUDVIS: Dat weet ik.

MEMOR-9000: U HEBT ZOJUIST BELOOFD VERANTWOORDELIJKHEID TE NEMEN.

GOUDVIS: Dat weet ik.

MEMOR-9000: U HEBT TOEGEGEVEN DAT U FOUT WAS.

GOUDVIS: Dat weet ik.

MEMOR-9000: U HEBT BEWEERD DAT U ZOU VERANDEREN.

GOUDVIS: Dat weet ik.

MEMOR-9000: DAN WAAROM WEIGERT U TE BETALEN?

De goudvis kijkt de computer recht aan. Hij glimlacht.

GOUDVIS: Omdat ik mij net iets herinner.

MEMOR-9000: WAT?

GOUDVIS: Ik ben een goudvis.

MEMOR-9000: DAT IS GEEN GELDIGE REDEN.

GOUDVIS: Misschien niet.

Hij zwemt tevreden rondjes.

GOUDVIS: Maar het is wel mijn laatste excuus.

De computer begint wild te piepen.

MEMOR-9000: CONTRADICTIE GEDETECTEERD. CONTRADICTIE GEDETECTEERD. CONTRADICTIE GEDETECTEERD.

GOUDVIS: Rustig maar.

MEMOR-9000: UW UITSPRAKEN ZIJN INCONSISTENT.

GOUDVIS: Dat kan gebeuren.

MEMOR-9000: UW GEDRAG IS IRRATIONEEL.

GOUDVIS: Dat kan gebeuren.

MEMOR-9000: UW THEORIE IS ONVOLDOENDE ONDERBOUWD.

GOUDVIS: Dat kan gebeuren.

MEMOR-9000: UW REDENERING BEVAT MEERDERE LOGISCHE DROGREDENEN.

GOUDVIS: Dat kan gebeuren.

MEMOR-9000: UW GEHEUGEN IS NIET HET ENIGE PROBLEEM.

De goudvis stopt met zwemmen. Hij kijkt naar de computer. Hij kijkt naar de camera. En met de meest oprechte, meest nederige en meest vernietigende glimlach uit de geschiedenis van de wetenschap zegt hij:

GOUDVIS: Dat heb ik nooit ontkend.

De computer valt stil. Het scherm wordt zwart. Een laatste melding verschijnt.

SYSTEEMFOUT
LOGICA NIET GEVONDEN
Foutcode: GOUDVIS-404

De waarheid is opgeslagen.
De waarheid is gecontroleerd.
De waarheid is bevestigd.
De waarheid is vervolgens door de gebruiker ontkend.

HET SYSTEEM GEEFT HET OP.

De computer schakelt zichzelf uit. De schildpad staart met open mond naar het zwarte scherm.

SCHILDPAD: Dr. Van Bubbels… u hebt zojuist een supercomputer verslagen.

De goudvis kijkt verbaasd op.

GOUDVIS: Werkelijk?

SCHILDPAD: Ja.

GOUDVIS: Hoe?

SCHILDPAD: Ik heb geen idee.

De goudvis glimlacht trots.

GOUDVIS: Dan was het duidelijk mijn intelligentie.

Hij draait zich om, zwemt naar zijn plastic kasteel en gaat slapen.

De schildpad kijkt recht in de camera.

SCHILDPAD: Hij heeft nog altijd niets begrepen.

Een laatste piep klinkt uit de computer.

MEMOR-9000, uitgeschakeld: HERINNERING INGESTELD: DR. GOUDRIED VAN BUBBELS HEEFT NIETS GELEERD.

Zwart beeld.

EINDE.

Of toch niet?

GOUDVIS, vanuit het donker: Pardon? Wie heeft mijn elektriciteitsrekening betaald?

De schildpad schreeuwt.

EINDE. ECHT. DEFINITIEF. VOOR ALTIJD.

HOOFDSTUK 28B — DE GOUDVIS DAAGT EINDELIJK DE WETENSCHAP UIT

Of: hoe één vis erin slaagt de volledige mensheid intellectueel te beledigen zonder te weten waarom.

De volgende ochtend.

Dr. Goudfried Van Bubbels wordt wakker in zijn aquarium. Hij kijkt naar zijn plastic kasteel, naar een nepplant en naar een klein bordje waarop staat:

DENK GROOT. ZWEM KLEIN.

GOUDVIS: Wat een prachtige spreuk.

Hij leest het bordje nog eens.

GOUDVIS: Wie heeft dat geschreven?

Hij draait zich om.

GOUDVIS: Vast een groot filosoof.

Op dat moment komt de schildpad de kamer binnen met een krant.

SCHILDPAD: Goedemorgen, professor.

GOUDVIS: Goedemorgen. Hebben we elkaar al ontmoet?

SCHILDPAD: Ik werk al zes jaar voor u.

GOUDVIS: Dan hebt u vast een uitstekend pensioen opgebouwd.

SCHILDPAD: Ik krijg geen salaris.

GOUDVIS: Dan hebt u vast een uitstekende werkervaring opgebouwd.

SCHILDPAD: Ik wil ontslag nemen.

GOUDVIS: Gefeliciteerd! Dat getuigt van ambitie.

SCHILDPAD: Ik wil dat u me laat gaan.

GOUDVIS: Natuurlijk. U bent vrij.

De schildpad loopt naar de deur.

GOUDVIS: Waar gaat u heen?

SCHILDPAD: Naar huis.

GOUDVIS: Maar u woont hier.

SCHILDPAD: Ik woon in mijn eigen huis.

GOUDVIS: Sinds wanneer?

SCHILDPAD: Sinds mijn geboorte!

GOUDVIS: Dat moet een bijzonder lange huurperiode zijn.

SCHILDPAD: Ik ga.

GOUDVIS: Wacht! Eén laatste vraag.

SCHILDPAD: Nee.

GOUDVIS: Wat is de hoofdstad van Frankrijk?

SCHILDPAD: Parijs.

GOUDVIS: Uitstekend. En waarom gaat u weg?

SCHILDPAD: Omdat u onmogelijk bent.

GOUDVIS: Onmogelijk? Ik ben toch duidelijk aanwezig?

SCHILDPAD: Ik bedoel dat u niet met mensen kunt samenwerken.

GOUDVIS: Ik werk niet met mensen. Ik werk met ideeën.

SCHILDPAD: U werkt met visvoer.

GOUDVIS: En toch ben ik internationaal bekend.

De schildpad slaat de krant open.

SCHILDPAD: Over internationale bekendheid gesproken: u staat op de voorpagina.

GOUDVIS: Eindelijk! Mijn Nobelprijs?

SCHILDPAD: Nee. U bent uitgeroepen tot de gevaarlijkste denker van Europa.

GOUDVIS: Prachtig!

SCHILDPAD: Het is geen compliment.

GOUDVIS: Dat zeggen ze altijd over de grootste genieën.

SCHILDPAD: Er staat dat uw uitspraken inmiddels worden gebruikt om belastingfraude, huiselijk gekibbel, slechte examens en het verdwijnen van sokken te rechtvaardigen.

GOUDVIS: Dat is een enorme maatschappelijke impact.

SCHILDPAD: De Europese Commissie wil u spreken.

GOUDVIS: Natuurlijk. Eindelijk hebben ze iemand nodig die de problemen van Europa kan oplossen.

SCHILDPAD: Ze willen u verbieden nog langer wetenschappelijke uitspraken te doen.

De goudvis verstijft.

GOUDVIS: …

SCHILDPAD: Professor?

GOUDVIS: Dat is een aanval op de vrijheid van denken.

SCHILDPAD: U denkt niet eens na voordat u iets zegt.

GOUDVIS: Dat is mijn recht!

HOOFDSTUK 29 — DE GOUDVIS VERSUS DE EUROPESE COMMISSIE

Brussel. Een indrukwekkend gebouw. Tweehonderd ambtenaren. Vierentwintig tolken. Elf juristen. Eén goudvis in een draagbaar aquarium.

De voorzitter van de Europese Commissie neemt plaats achter een lange tafel.

VOORZITTER: Dr. Van Bubbels, bedankt dat u gekomen bent.

GOUDVIS: Ik had weinig keuze. Uw mensen hebben mij met een net uit mijn aquarium gehaald.

VOORZITTER: We hebben u vriendelijk verzocht mee te komen.

GOUDVIS: Met een net.

VOORZITTER: Om praktische redenen.

GOUDVIS: Ik had ook met een limousine kunnen komen.

VOORZITTER: U hebt geen limousine.

GOUDVIS: Omdat niemand mij er een heeft gegeven.

VOORZITTER: We willen het hebben over uw publieke uitspraken.

GOUDVIS: Ik wil het hebben over de Europese economie.

VOORZITTER: Dat is niet het onderwerp.

GOUDVIS: Dan is het tijd dat iemand het onderwerp verandert.

Een ambtenaar fluistert iets in het oor van de voorzitter.

VOORZITTER: U beweert bijvoorbeeld dat geheugen een optionele menselijke eigenschap is.

GOUDVIS: Correct.

VOORZITTER: Dat is onjuist.

GOUDVIS: Bewijs het.

VOORZITTER: Mensen hebben geheugen nodig om te leren.

GOUDVIS: Hebben mensen ook geheugen nodig om belasting te betalen?

VOORZITTER: Dat is niet hetzelfde.

GOUDVIS: Hebben mensen geheugen nodig om hun wachtwoord te vergeten?

VOORZITTER: Dat is geen bewijs.

GOUDVIS: Hebben mensen geheugen nodig om te onthouden dat ze hun wachtwoord vergeten zijn?

VOORZITTER: Dit gesprek gaat nergens heen.

GOUDVIS: Dan hebben we eindelijk iets gemeenschappelijks.

Een tolk probeert zijn lach te onderdrukken.

VOORZITTER: We nemen uw uitspraken zeer ernstig.

GOUDVIS: Dat is uw eerste fout.

VOORZITTER: Pardon?

GOUDVIS: U moet mijn uitspraken niet ernstig nemen. U moet ze wetenschappelijk analyseren.

VOORZITTER: Dat hebben we gedaan.

GOUDVIS: En wat was uw conclusie?

VOORZITTER: Dat uw theorieën geen wetenschappelijke basis hebben.

GOUDVIS: Fascinerend.

VOORZITTER: Waarom?

GOUDVIS: Omdat ik tot precies dezelfde conclusie ben gekomen.

De voorzitter knippert.

VOORZITTER: U erkent dus dat uw theorieën niet wetenschappelijk onderbouwd zijn?

GOUDVIS: Absoluut.

VOORZITTER: En dat u het publiek hebt misleid?

GOUDVIS: Nee.

VOORZITTER: Maar u erkent dat uw theorieën geen basis hebben.

GOUDVIS: Dat is iets anders dan misleiden.

VOORZITTER: Hoe dan?

GOUDVIS: Ik heb mensen verteld dat mijn theorieën waar waren. Ik wist niet dat ze onwaar waren.

VOORZITTER: Maar u hebt ze zelf bedacht!

GOUDVIS: Dat maakt mij toch niet verantwoordelijk voor de kwaliteit ervan?

Een jurist legt zijn pen neer.

JURIST: Ik wil naar huis.

VOORZITTER: We hebben het nog niet over uw voorstellen gehad.

GOUDVIS: Ik heb een voorstel.

VOORZITTER: Dat vreesde ik al.

GOUDVIS: Ik stel voor dat de Europese Unie een nieuw ministerie opricht.

VOORZITTER: Welk ministerie?

GOUDVIS: Het Ministerie van Vergeten Zaken.

VOORZITTER: Wat zou dat doen?

GOUDVIS: Het zou alle problemen oplossen die niemand zich meer kan herinneren.

VOORZITTER: Dat is absurd.

GOUDVIS: Dan zal het weinig werk hebben.

De voorzitter kijkt naar zijn adviseurs.

VOORZITTER: We gaan een korte pauze inlassen.

GOUDVIS: Uitstekend. Ik zal mijn voorstel verder uitwerken.

VOORZITTER: Doe dat alstublieft niet.

GOUDVIS: Te laat. Ik heb al een logo bedacht.

Hij toont een vel papier met daarop een goudvis die in zijn eigen staart bijt.

GOUDVIS: Het motto luidt: Als niemand het zich herinnert, is het nooit gebeurd.

VOORZITTER: Dat motto is juridisch onhoudbaar.

GOUDVIS: Maar grafisch bijzonder sterk.

HOOFDSTUK 30 — DE GROOTSTE PERSCONFERENTIE UIT DE GESCHIEDENIS

Drie dagen later.

De goudvis heeft een persconferentie georganiseerd. Hij heeft aangekondigd dat hij een wetenschappelijke ontdekking zal onthullen die de hele wereld zal veranderen.

Er zijn journalisten uit meer dan zestig landen aanwezig.

De goudvis komt het podium op met een zwarte coltrui, een gouden bril en een veel te grote professorenhoed.

GOUDVIS: Dames en heren. Vandaag zal ik bewijzen dat ik niet alleen een wetenschapper ben, maar ook een visionair.

JOURNALIST: U hebt gisteren beweerd dat water droog is.

GOUDVIS: Dat was een metafoor.

JOURNALIST: U zat in een aquarium.

GOUDVIS: De context was complex.

JOURNALIST: U hebt gezegd dat vissen niet zwemmen, maar voortdurend van locatie veranderen.

GOUDVIS: Een baanbrekende herformulering.

JOURNALIST: U hebt verklaard dat zwaartekracht slechts een mening van de aarde is.

GOUDVIS: Dat was een filosofisch experiment.

JOURNALIST: U hebt geprobeerd de maan te ontslaan.

GOUDVIS: Ze kwam te laat op.

JOURNALIST: De maan komt helemaal niet op kantoor!

GOUDVIS: Dat verklaart haar slechte prestaties.

De journalisten beginnen door elkaar te roepen.

GOUDVIS: Rustig! Rustig! Ik heb een ontdekking gedaan.

Hij trekt een doek van een groot bord. Op het bord staat:

E = mc²

GOUDVIS: Dames en heren, ik heb de relativiteitstheorie ontdekt.

Een doodse stilte.

JOURNALIST: Dat heeft Einstein al gedaan.

GOUDVIS: Dat is uw mening.

JOURNALIST: Het staat in alle natuurkundeboeken.

GOUDVIS: Boeken zijn geschreven door mensen.

JOURNALIST: Einstein was een mens.

GOUDVIS: Precies.

JOURNALIST: Dus?

GOUDVIS: Dus hij kan zich vergist hebben.

JOURNALIST: Maar de theorie is uitvoerig getest.

GOUDVIS: Door wie?

JOURNALIST: Wetenschappers.

GOUDVIS: Mensen met labjassen?

JOURNALIST: Ja.

GOUDVIS: Dan zijn ze bevooroordeeld.

JOURNALIST: Waarom?

GOUDVIS: Omdat labjassen hun intelligentie visueel overdrijven.

Een wetenschapper op de eerste rij staat op.

WETENSCHAPPER: Dit is complete onzin!

GOUDVIS: Kunt u dat bewijzen?

WETENSCHAPPER: Ja! Met natuurkundige experimenten!

GOUDVIS: Hebt u die experimenten persoonlijk uitgevoerd?

WETENSCHAPPER: Ja!

GOUDVIS: Herinnert u zich alle details?

WETENSCHAPPER: Natuurlijk!

GOUDVIS: Zonder uw aantekeningen?

WETENSCHAPPER: Niet allemaal.

De goudvis slaat triomfantelijk met zijn vin op het podium.

GOUDVIS: Ziet u wel! De wetenschap heeft aantekeningen nodig!

WETENSCHAPPER: Dat is precies waarom we aantekeningen maken!

GOUDVIS: Om onze fouten te verbergen!

WETENSCHAPPER: Om onze resultaten controleerbaar te maken!

GOUDVIS: Om onze vergeetachtigheid te institutionaliseren!

WETENSCHAPPER: Dat is niet—

GOUDVIS: Ik heb genoeg gehoord.

Hij draait zich naar de camera.

GOUDVIS: Dames en heren, vandaag heb ik de wetenschap niet weerlegd. Ik heb haar iets veel ergers aangedaan.

Hij pauzeert.

GOUDVIS: Ik heb haar laten deelnemen aan een persconferentie.

Een journalist begint te huilen.

HOOFDSTUK 31 — DE WRAAK VAN DE JOURNALIST

De journaliste uit het allereerste interview, Sofie, zit thuis op haar bank. Ze kijkt naar de persconferentie.

SOFIE: Ik wist dat dit zou gebeuren.

Ze opent haar laptop en begint een artikel te schrijven.

De titel luidt:

“DE GOUDVIS DIE ALLES VERGEET, BEHALVE ZIJN EIGEN GENIALITEIT.”

Ze publiceert het artikel. Binnen een uur wordt het tien miljoen keer gelezen. Binnen twee uur wordt het vertaald in vijftig talen. Binnen drie uur verschijnt er een musical. Binnen vier uur koopt een streamingdienst de rechten. Binnen vijf uur wordt de goudvis genomineerd voor een internationale prijs voor mediapersoonlijkheid van het jaar.

De goudvis belt Sofie.

GOUDVIS: WAT DENKT U DAT U AAN HET DOEN BENT?!

SOFIE: Ik heb een artikel geschreven.

GOUDVIS: U hebt mijn reputatie vernietigd!

SOFIE: Ik heb uw uitspraken geciteerd.

GOUDVIS: Uit hun context!

SOFIE: Ze zijn opgenomen tijdens openbare persconferenties.

GOUDVIS: U begrijpt mijn werk niet!

SOFIE: Ik heb uw volledige werk gelezen.

GOUDVIS: Dat is onmogelijk!

SOFIE: Het is online beschikbaar.

GOUDVIS: Online beschikbaar betekent niet dat het gelezen is!

SOFIE: Ik heb het gelezen.

GOUDVIS: Dan moet ik u dringend adviseren daarmee te stoppen.

SOFIE: Waarom?

GOUDVIS: Omdat het schadelijk is voor uw intellectuele gezondheid.

SOFIE: Mijn intellectuele gezondheid?

GOUDVIS: U bent nu besmet met mijn ideeën.

SOFIE: Ik denk dat u mijn artikel niet hebt gelezen.

GOUDVIS: Natuurlijk heb ik dat gelezen!

SOFIE: Wat staat er in de derde alinea?

GOUDVIS: Dat ik een briljant wetenschapper ben.

SOFIE: Er staat dat u een gevaar vormt voor de openbare orde.

GOUDVIS: Dat is wat ik zei.

SOFIE: Nee.

GOUDVIS: Dan hebt u het verkeerd opgeschreven.

SOFIE: Ik stuur u de link.

GOUDVIS: Dat hoeft niet.

SOFIE: Waarom niet?

GOUDVIS: Ik geloof u.

Stilte.

SOFIE: Pardon?

GOUDVIS: Ik geloof u.

SOFIE: U gelooft mij?

GOUDVIS: Ja.

SOFIE: U hebt mij maandenlang beschuldigd van manipulatie.

GOUDVIS: Dat kan.

SOFIE: U hebt gezegd dat ik een vijand van de wetenschap was.

GOUDVIS: Dat klinkt als iets wat ik zou zeggen.

SOFIE: En nu gelooft u mij zomaar?

GOUDVIS: Ik probeer een beter mens te worden.

Een lange stilte.

SOFIE: Dat is… eigenlijk heel fijn om te horen.

GOUDVIS: Dank u.

SOFIE: Misschien kunnen we opnieuw beginnen.

GOUDVIS: Dat lijkt me geweldig.

SOFIE: Dan wil ik u graag opnieuw interviewen.

GOUDVIS: Natuurlijk.

SOFIE: Eerste vraag: wat hebt u geleerd van alles wat er gebeurd is?

De goudvis kijkt ernstig in de camera van zijn telefoon.

GOUDVIS: Ik heb geleerd dat ik soms ongelijk heb.

SOFIE: Goed.

GOUDVIS: Dat mijn kennis beperkt is.

SOFIE: Heel goed.

GOUDVIS: Dat ik niet alles hoef te weten.

SOFIE: Precies.

GOUDVIS: En dat ik andere mensen moet respecteren.

SOFIE: Dat is prachtig.

GOUDVIS: Dank u.

SOFIE: Ik ben blij dat we dit gesprek hebben gehad.

GOUDVIS: Ik ook.

Ze glimlacht.

SOFIE: Dan zie ik u binnenkort.

GOUDVIS: Absoluut.

Ze verbreekt de verbinding. De goudvis blijft naar zijn telefoon kijken.

GOUDVIS: …

Hij draait zich naar zijn assistent.

GOUDVIS: Wie was dat?

SCHILDPAD: Sofie.

GOUDVIS: Wie is Sofie?

SCHILDPAD: De journaliste die u maandenlang heeft geïnterviewd.

GOUDVIS: O ja.

Een seconde stilte.

GOUDVIS: Was ze aardig?

SCHILDPAD: Ja.

GOUDVIS: Mooi. Dan mag ze mij binnenkort opnieuw interviewen.

SCHILDPAD: U hebt haar net gesproken.

GOUDVIS: Echt?

SCHILDPAD: Ja.

GOUDVIS: En wat heb ik gezegd?

SCHILDPAD: Dat u soms ongelijk hebt, dat uw kennis beperkt is, dat u niet alles hoeft te weten en dat u andere mensen moet respecteren.

De goudvis denkt na.

GOUDVIS: Dat klinkt verstandig.

SCHILDPAD: Dat was het ook.

GOUDVIS: Heb ik dat echt gezegd?

SCHILDPAD: Ja.

GOUDVIS: Dan moet ik het onthouden.

Hij pakt een pen en schrijft op een groot bord:

IK HOEF NIET ALLES TE WETEN. IK MAG ONGELIJK HEBBEN. IK MOET ANDEREN RESPECTEREN.

Hij bekijkt het bord met trots.

GOUDVIS: Zo. Nu zal ik het nooit meer vergeten.

Hij zwemt naar zijn kasteel. Drie seconden later komt hij terug.

GOUDVIS: Schildpad?

SCHILDPAD: Ja?

GOUDVIS: Waarom staat er een bord in mijn aquarium?

De schildpad kijkt recht in de camera.

SCHILDPAD: Ik ga echt ontslag nemen.

GOUDVIS: Dat hebt u al gedaan.

SCHILDPAD: …

GOUDVIS: Toch?

SCHILDPAD: …

GOUDVIS: Hé, u hoeft niet zo stil te zijn. Ik stel alleen een vraag.

SCHILDPAD: IK BEN GEEN ASSISTENT MEER!

GOUDVIS: O, natuurlijk. U bent gepromoveerd.

SCHILDPAD: WAARHEEN?!

GOUDVIS: Naar de functie van voormalig assistent.

De schildpad loopt weg.

De goudvis kijkt hem na.

GOUDVIS: Wat een ambitieuze man.

Hij draait zich naar de camera.

GOUDVIS: En onthoud, dames en heren…

Hij wijst naar het bord.

GOUDVIS: …zelfs de grootste wetenschappers maken fouten.

Een pauze.

GOUDVIS: Vooral als ze goudvissen zijn.

Hij glimlacht triomfantelijk.

GOUDVIS: Einde.

De camera blijft draaien.

REGISSEUR: CUT!

GOUDVIS: Wat betekent dat?

REGISSEUR: De opname is afgelopen!

GOUDVIS: Welke opname?

REGISSEUR: DEZE OPNAME!

GOUDVIS: O.

Hij kijkt in de camera.

GOUDVIS: Mag ik nog één ding zeggen?

REGISSEUR: Nee!

GOUDVIS: Het duurt maar tien seconden.

REGISSEUR: NEE!

GOUDVIS: Vijf seconden?

REGISSEUR: ABSOLUUT NIET!

De goudvis draait zich naar de camera.

GOUDVIS: Dames en heren, ik wil graag aankondigen dat ik een nieuwe wetenschappelijke ontdekking heb gedaan.

REGISSEUR: HAAL DE STEKKER ERUIT!

GOUDVIS: Ik heb ontdekt dat het menselijk geheugen—

Het beeld begint te flikkeren.

GOUDVIS: —eigenlijk helemaal niet—

De camera valt uit.

Zwart beeld.

Een seconde stilte.

Dan klinkt er nog één stem.

GOUDVIS: SCHILDPAD! WAT WAS IK OOK ALWEER AAN HET ZEGGEN?!

SCHILDPAD, vanuit de verte: DAT JE JE MOND MOEST HOUDEN!

GOUDVIS: WAT EEN TOEVALLIGHEID! DAT WAS PRECIES MIJN NIEUWE THEORIE!

EINDE.


Over dit verhaal

De Goudvis Die Alles Vergeet is een absurdistisch satire-interview over geheugen, wetenschap, ego en de kunst van het nooit toegeven. Dr. Goudfried Van Bubbels is een fictief personage. Eventuele gelijkenissen met bestaande goudvissen, journalisten, filosofen of supercomputers berusten op toeval — of op iets wat u zich toch niet meer herinnert.

error

Enjoy this blog? Please spread the word :)