Het Treur- en Blyspel van de Nieuwe Wereld
Of: De Val van den Koning der Zwarte Olie, de Komst der Gouden Pruik, en de Armada die de Hemel met IJzer vulde
♫ Terwijl de violen klagen en het continuo bromt, ontvouwt zich het lot der koningen ♫
In den jare onzes Heeren MDCCXXVI na de Geboorte des Zaligmakers, in eene eeuw die hare eigene grafrede reeds hield, lag het Koninkrijk Venezuela, eertijds een lusthof van zwart goud, thans een dorre woestijn van schulden en ijdele beloften. Het volk, in lompen gehuld en met tranen in de oogen, riep om brood; de schatkist gaapte ledig de hemel toe. Op den troon, zwaar van purper en schuld, zat Don Nicolás Magnus, bijgenaamd de Vorst der Ledige Vaten en der Onuitputtelijke Beloften, zijn gezicht rood van toorn en schaamte.
Eerste Bedrijf – De Hofhouding des Hongers
Te Caracas, in een paleis waarvan de vergulde spiegels barstten van schaamte, zat de Koning, gehuld in een versleten purperen mantel, zijn kroon te groot en afzakkend over de ooren. Zijn handen beefden van woede terwijl hij de lege tafels aanschouwde. Rondom hem knielden de hovelingen, hunne buiken rammelend, hunne oogen neergeslagen in valse nederigheid.
“O mijn getrouwe vazallen! Ziet hoe het volk morst en steunt als beesten in den storm! Doch vrees niet — geef hun brood, indien er brood zij, en spelen zoo luid als de bazuinen des Oordeels! Laat de violen schallen waar de ovenen zwijgen en de magen knorren. Want een vrolijk volk vergeet zijn honger, en een hongerig volk vergeet zijn koning niet — of zoo hoop ik in mijn wanhoop!”
“Sire, de pakhuizen zijn ledig, de molens stilstaan als dode harten, en de markten ruiken naar wanhoop en opstand.”
“Dan zwijge ook de waarheid! En wie spreekt van brood, diene gestraft met eeuwige stilte. Want ik, Nicolás, ben de bron van alle olie — en olie is brood, en brood is olie, en beide zijn oneindig… in mijn dromen, ach, in mijn bittere dromen!”
Doch nimmer dorst lest met de tranen van zijn volk.
Zijn kroon glijdt, zijn hart beeft, en de hemel zwijgt.
Tweede Bedrijf – De Gouden Vorst over Zee
Ver over de baren, in het machtige Rijk der Vrije Staten, rees Koning Donaldus Primus Aureus, zijn pruik van goud glanzend als de zon, zijn stem donderend als de storm. Hij stond op zijn balkon, armen wijd gespreid, borst vooruit, vol arrogantie en hebzucht, terwijl hij het verre land aanschouwde als een prooi.
“Mijne heeren! Zie dat land daar ginds, vol zwart goud en rode zonden! Zij durven ons tarten met hunne olie en hunne schaduwen. Maar ik, Donaldus, zal zenden eene armada zoo vreeselijk, dat de zee zelve zal beven en de golven zullen juichen! Laat de kanonnen spreken waar de tongen falen!”
Derde Bedrijf – De Armada der Vergelding
En zie, de Grote Armada der Vrije Staten zeilde uit, een monster van hout en ijzer, de zeilen boldend als de longen van den oorlogsgod:
- 12 linieschepen, elk met 74 zware kanonnen van 32 pond, brullend als leeuwen in razernij;
- 8 fregatten, snel als valken, elk met 40 lichte kanonnen;
- 4 bombardeerschepen, geladen met 1.800 ijzeren granaten, vol buskruit en toorn;
- 1.500 geharde mariniers, in rood en blauw, bajonetten glinsterend als duivels-tanden;
- De vlag der vrijheid wapperend als een mantel van pure arrogantie.
Vierde Bedrijf – De Nacht der Boeien
Bij het krieken der morgenstond stormden zij het paleis binnen. Laarzen klosten op marmer; ketenen rinkelden als doodsklokken. De Koning stond op, zijn mantel vallend van zijn schouders in zijn haastige angst.
“In naam van Koning Donaldus Primus Aureus, en bij de majesteit der Vrije Staten, arresteeren wij u, Don Nicolás, wegens handel in vergif, schaduw en verraad aan de wetten der natuur en der menschen!”
“Gij durft een gekroonde vorst aan te roeren? Ik ben de uitverkorene der olie! De hemel zelve heeft mij gezalfd — o gruwel, o verraad!”
“De hemel zalfde u met olie, sire, doch de aarde zalfde u met cocaïne. En olie drijft schepen — doch cocaïne drijft slechts galgen. Uw kroon weegt lichter dan uw zonden.”
“O gruwel! Mijn purperen mantel! Mijn schatkist! Mijn volk zal mij wreken — zij zullen opstaan in vuur en toorn!”
“Wreken? Met wat, broodkruimels? Of met de echo van lege beloften?”
Vijfde Bedrijf – De Krooning der Lege Troon
In Caracas werd haastig gekroond Donna Delcy Regina Transitoria, haar gezicht bleek van spanning, haar handen bevend terwijl zij de kroon aanraakte, zwoerend trouw aan een verbannen vorst en orde aan een chaotische natie.
Wie spreekt als de troon zwijgt in doodsangst?
Het volk eet beloften bij ontbijt,
En drinkt illusies bij avondmaal, met tranen als zout.
Slot – Epiloog der IJdelheid
Zo leert dit treurspel ons, o lezer, dat rijken vallen niet door kanonnen alleen, maar door hoogmoed die de ziel verteert, afhankelijkheid die de geest ketent, en het dwaze geloof dat zwart goud eeuwig vloeit als de fonteinen van Versailles. Koningen komen en gaan in pracht en val; de geschiedenis noteert hen met een wrange glimlach, terwijl de zee blijft zingen, onverschillig voor kronen, ketenen en tranen.




